NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

Publicatie: Verkenning investeringsopgave ‘beschermd thuis’

Gemeenten staan de komende jaren grote investeringen te wachten als gevolg van de ambulantisering van de ggz. Zo blijkt uit het rapport Verkenning investeringsopgave ‘beschermd thuis’ dat APE, advies en onderzoeksbureau, schreef in opdracht van de Federatie Opvang, RIBW Alliantie en GGZ Nederland. 

De partijen hebben de verkenning laten uitvoeren om een idee te krijgen van de typen kosten die gemaakt moeten worden om cliënten met psychische problemen, die nu in opvang, beschermd wonen en ggz verblijven, zelfstandig te laten wonen. Op 6 december 2017 heeft Jan Laurier, voorzitter Federatie Opvang de verkenning aan staatssecretaris Blokhuis van VWS en VNG bestuurslid Bakker-Klein overhandigd.

Verkenning van kosten

De VNG commissie ‘Toekomst Beschermd Wonen’ (commissie Dannenberg) adviseert in het rapport Van beschermd wonen naar een beschermd thuis om beschermd wonen en maatschappelijke opvang om te vormen naar zoveel mogelijk zelfstandig wonen met de noodzakelijke bescherming en ondersteuning. Het economisch onderzoekbureau APE voerde een verkenning uit naar de investeringsopgave die nodig is voor het realiseren van ‘een beschermd thuis’. Ruim 35.000 mensen met een psychische aandoening die nu beschermd wonen of op de wachtlijst staan, gaan zo zelfstandig mogelijk wonen in de wijk. De traditionele vormen van opvang en beschermd wonen worden afgebouwd. Er zijn 10.000 extra (kleine) woningen nodig. Al deze toekomstige huurders hebben begeleiding nodig en moeten kunnen meedoen in de maatschappij. De kosten die gemoeid zijn met deze operatie komen vooral bij gemeenten. Baten komen vooral terecht bij zorgverzekeraars die minder ggz bedden hoeven te financieren.

Investeringen nodig

Uit de verkenning blijkt dat investeringen in passende huisvesting, langdurige begeleiding, hulp bij het vinden van werk en dagbesteding en de inzet van ervaringsdeskundigen aanvankelijk hogere kosten met zich meebrengen. In gemeenten is op dit moment nog onvoldoende sprake van een infrastructuur die een ‘beschermd thuis’ mogelijk maakt. Van de kosten voor deze doelgroep komt circa 90% voor rekening van gemeenten (Wet Maatschappelijke Ondersteuning en Participatiewet) en circa 10% voor rekening van de zorgverzekeraars. Na verloop van een aantal jaren is te verwachten dat de kosten voor intramurale woonvormen, behandeling in de ggz, individuele begeleiding aan huis zullen afnemen door de inzet van flexibel op en af te schalen ondersteuning en zorg aan huis. Inzet van ervaringsdeskundigen is daarvan een voorbeeld. Op langere termijn zou naar schatting ca. € 18.000 per ervaringsdeskundige netto bespaard kunnen worden. De besparing wordt gerealiseerd door doorstroom van Beschermd Wonen naar zelfstandig wonen met begeleiding en door doorstroom naar werk.

Meerjaren afspraken en plannen nodig

De branches roepen het kabinet op om samen met gemeenten en verzekeraars meerjarige afspraken te maken over investeringen op het gebied van onder meer passende huisvesting, ambulante zorg en ondersteuning, inzet van ervaringsdeskundigen, schuldhulp, inkomen en werk en borging van kwaliteit.

Regionale cijfers over investeringen moeten verzameld gaan worden. Een reële verdeling van kosten en baten is noodzakelijk om mensen vaker zelfstandig thuis te laten wonen. Hiervoor zijn afspraken nodig voor de komende 10 jaar tussen Rijk, gemeenten en zorgverzekeraars. Voor de initiële investeringsopgave verdienen gemeenten steun vanuit de begrotingen van de relevante ministeries: Wonen en Bouwen, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Sociale Zaken en werkgelegenheid, Justitie en Veiligheid.

Bron: Federatie Opvang

Meer weten


Geplaatst op: 8 december 2017
Laatst gewijzigd op: 12 december 2017