NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

Staatssecretaris Blokhuis beschrijft ambities beschermd wonen en maatschappelijke opvang

In de voortgangsrapportage Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen schrijft staatssecretaris Paul Blokhuis welke prioriteiten hij heeft voor de komende vier jaar. Het gaat dan om de uitvoering van het advies van de commissie Dannenberg, het regelen van de toegang tot de Wet Langdurige Zorg voor ggz clienten en structurele monitoring van (het aantal) dakloze mensen en mensen in beschermd wonen.

‘Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang’

Ter uitvoering van het advies van de VNG commissie Toekomst Beschermd Wonen (commissie Dannenberg) introduceert staatssecretaris Blokhuis een meerjarenagenda. In de meerjarenagenda wil hij de gezamenlijke opgaven voor de komende periode beschrijven. In maart 2018 gaat de staatssecretaris in gesprek met alle betrokken partijen tijdens regionale werksessies. De uitkomsten uit deze sessies worden gebruikt voor de meerjarenagenda. De meerjarenagenda bevat in elk geval de ontwikkeling van een voorstel voor de organisatie en financiering van beschermd wonen op basis van het rapport van de commissie Dannenberg.

Ook een aantal andere onderwerpen krijgt een plek in de agenda. Eén daarvan is wonen. Mensen moeten zo snel mogelijk weer op zichzelf kunnen wonen als de begeleiding en ondersteuning niet meer in opvang of beschermd wonen plaats hoeft te vinden. Het gesprek hierover en het maken van afspraken moet vooral op lokaal niveau plaatsvinden: tussen gemeenten, woningcorporaties en zorginstellingen. Deze gesprekken en afspraken wil de staatssecretaris stimuleren en faciliteren. Conform de motie van het lid Ronnes en de motie van het lid Dik-Faber/Voortman gaat hij met de initiatiefnemers van het programma Weer Thuis! bezien of en zo ja, op welke wijze het Rijk dit actieprogramma kan ondersteunen. De knelpunten die tijdens het opstellen van de meerjarenagenda op het terrein van wonen naar voren komen, kunnen input zijn voor de gesprekken die de minister van BZK met verschillende partijen voert in het kader van de woonagenda.

Samenhang begeleiding in verschillende domeinen

Een ander onderwerp dat een plek zal krijgen in de meerjarenagenda is de betere samenhang van begeleiding en ondersteuning vanuit het gemeentelijk domein en de begeleiding en behandeling uit andere domeinen, zoals de zorgverzekeringswet en de jeugdwet. Staatssecretaris Blokhuis heeft hiervoor 2 miljoen euro beschikbaar gesteld, zoals gemeld in de brief van 24 november 2017 over personen met verward gedrag. Voor de zomer stuurt hij een brief aan de Tweede Kamer hoe hij de middelen wil gaan besteden. Hij noemt daarbij nadrukkelijk de samenhang met andere trajecten die de cliënten in beschermd wonen en de maatschappelijke opvang raken, zoals het Hoofdlijnenakkoord GGZ.

Stand van zaken bij gemeenten

Gemeenten onderkennen dat er een flink aantal ontwikkelthema’s is, zo schrijft de staatssecretaris. Deze liggen onder andere op het terrein van preventie en vroegsignalering, inkomen en schulden, wonen, het realiseren van samenhangende zorg en ondersteuning en inzet op participatie. Voor sommige cruciale opgaven willen gemeenten elkaar intensiever (bovenregionaal) gaan opzoeken om innovatie te realiseren en sommige meer landelijke thema’s gezamenlijk te agenderen. Deze punten neemt de staatssecretaris mee bij het opstellen van de gezamenlijke meerjarenagenda. In het najaar van 2018 gaat VWS opnieuw de regionale stand van zaken in kaart brengen, inclusief cliëntervaringen. Bij dat onderzoek worden aanbieders, centrumgemeenten en regiogemeenten betrokken.

Nieuw Wmo verdeelmodel opvang, beschermd wonen en begeleiding

Het beoogde tijdpad voor inwerkingtreding van het nieuwe verdeelmodel was 1 januari 2020. Tijdens bestuurlijk overleg tussen VWS, BZK en gemeenten op 6 december 2017 hebben gemeenten aangegeven dat zij meer tijd willen nemen voor de ontwikkeling en implementatie van een nieuw verdeelmodel. Belangrijkste redenen hiervoor zijn de onzekerheden (en daarmee financiële risico’s) die gemeenten ervaren rond de toegang tot de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met een psychische stoornis die blijvend zorg nodig hebben. Gemeenten vinden het niet wenselijk om tweemaal een grote wijziging door te voeren. Daarom is tijdens het genoemde bestuurlijk overleg de conclusie getrokken dat implementatie van het verdeelmodel per 1 januari 2020 niet realistisch en niet wenselijk is. De staatssecretaris blijft met de gemeenten in gesprek over de ontwikkeling van een nieuw verdeelmodel, omdat hij een zo spoedig mogelijke implementatie van het nieuwe verdeelmodel gewenst vindt. In dat kader zal tevens een onderzoek naar de externe instroom vanuit (forensische) klinieken en jeugdhulpinstellingen worden gestart om het inzicht hierin te vergroten.

Doelgroepen beter in beeld – structurele monitoring

Staatssecretaris Blokhuis vindt het van belang tot structurele monitoring te komen die in de eerste plaats ten dienste staat van gemeenten en gemeenteraden. Gegevens moeten inzicht bieden in de prestaties van de eigen gemeente, ook in relatie tot andere gemeenten en landelijke trends. Hij gaat enkele specifieke doelgroepen beter in beeld brengen: dakloze volwassenen en jongeren, en ook de cliënten die gebruik maken van beschermd wonen.

Na overleg met de VNG, diverse gemeenten, het KwaliteitsInstituut Nederlandse Gemeenten (KING, onderdeel van de VNG), de Federatie Opvang, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de GGD Amsterdam is de conclusie van gemeenten dat structurele monitoring via de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD) moet lopen. Daarom starten pilots in tenminste drie centrumgemeenten: Amsterdam, Arnhem en Vlissingen. In de zomer van 2018 beslist de staatssecretaris samen met gemeenten of al toe kan worden gewerkt naar een landelijke uitvraag. Indien hierover een positief besluit wordt genomen, kan de informatie van gemeenten in de loop van 2019 landelijk beschikbaar worden gemaakt. De staatssecretaris gaat met het CBS bekijken hoe de jaarlijkse telling van dakloze mensen de komende jaren kan worden voortgezet en of het mogelijk en wenselijk is deze monitoring verder te verbeteren.

Toegang tot maatschappelijke opvang

Staatssecretaris Blokhuis schrijft in zijn brief dat het uitgangspunt is dat ingezetenen van Nederland die maatschappelijke opvang nodig hebben, altijd opgevangen moeten kunnen worden. Deze ‘landelijke toegankelijkheid’ is geborgd in artikel 1.2.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Hij heeft geconcludeerd dat de uitkomst van het derde mystery guest onderzoek zorgelijk is en dat verbetering absoluut noodzakelijk is. Hij is van oordeel dat partijen voortvarend moeten werken aan verbeteringen. Gemeenten en opvanginstellingen moeten hun wettelijke plicht ten aanzien van de maatschappelijke opvang beter gaan invullen. Dit betekent dat aan alle hulpvragers opvang moet worden geboden en dat moet worden gezorgd voor een “warme overdracht” naar een andere gemeente indien iemand beter geholpen kan worden in een andere gemeente. Bestuurders van gemeenten moeten duidelijke kaders scheppen die aansluiten bij de wet. Medewerkers van de gemeentelijke toegang- en opvangloketten moeten optimaal geïnformeerd en gefaciliteerd worden om handelingsverlegenheid te voorkomen. De staatssecretaris heeft met de VNG een brief hierover geschreven aan alle 388 gemeenten en aan alle leden van de Federatie Opvang en de RIBW Alliantie.

Met de VNG heeft hij afgesproken dat uiterlijk 1 maart 2018 een commissie is ingesteld die zo nodig advies kan geven bij geschillen tussen gemeenten over de plaats van opvang/verblijf van een hulpvrager.

De staatssecretaris gaat alle gemeenten die mystery guests hebben geweigerd om een schriftelijke reactie vragen op het onderzoek. Met gemeenten die alle mystery guests hebben geweigerd gaat de staatssecretaris in gesprek. In 2018 laat hij opnieuw onderzoek uitvoeren naar de landelijke toegankelijkheid van de maatschappelijke opvang. Tenslotte geeft hij aan dat het tempo van de uitvoering van het advies van de commissie Dannenberg wat hem betreft omhoog kan. Met name de toegang tot de maatschappelijk opvang moet absoluut beter.

Bron: Federatie Opvang

Meer weten


Geplaatst op: 19 januari 2018
Laatst gewijzigd op: 23 januari 2018