NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

Van beschermd wonen naar beschermd thuis – Erik Dannenberg over de vernieuwing in ggz en opvang

In haar rapport Van beschermd wonen naar een beschermd thuis pleit de commissie Dannenberg voor een omkering van zaken in de ggz. Niet mensen beschermd laten wonen tot het goed met ze gaat en ze eruit moeten, maar mensen in hun woning de zorg laten ontvangen op die momenten waarop dit nodig is, en weer afschalen zodra dit kan. Begeleiden en behandelen moeten hierbij naadloos in elkaar overlopen.

In het rapport worden acht randvoorwaarden en condities aangegeven om tot sociale inclusie te kunnen komen. Tijdens een bijeenkomst van Nieuwe wegen ggz en opvang op 7 november a.s. zal Erik Dannenberg zijn visie en reactie op het rapport geven en een aanzet tot wat nodig is voor de implementatie. Ook wordt een overzicht gegeven van de bijdragen van de samenwerkingsverbanden die deelnemen aan Nieuwe wegen ggz en opvang aan de condities voor sociale inclusie, zoals genoemd in het advies van de commissie Dannenberg. In dit interview geeft Dannenberg een voorproefje.

Erik Dannenberg
‘Beschermd wonen is niet meer een gebouw dat in de grote stad staat, maar een huis in elke wijk, waar we ter plekke zijn voordat het misgaat’,

Voor Erik Dannenberg (in het dagelijks leven bestuursvoorzitter van Divosa) is de essentie van het advies van de commissie die zijn naam draagt dat beschermd wonen niet meer een gebouw is dat in de grote stad staat, maar een huis in elke wijk. ‘En dat we erbij zijn voordat het misgaat’, voegt hij hieraan toe. ‘Kernachtiger kan ik het niet zeggen. Maar ik besef ook dat het een forse ambitie is want we hebben het – ook in internationaal perspectief – ver laten komen. We hebben drie tot tien maal zoveel ggz-bedden als in de landen om ons heen, tweemaal zoveel ouderen in instituten, veel meer kinderen in speciaal onderwijs en veel meer mensen die verstoken van hulp thuis zitten. Onze expertise zit in gebouwen en je moet een enorme stapel aan zaken hebben die mis is met je voordat je daar welkom bent. Eerst moet het zegelboekje met ellende helemaal zijn volgeplakt, dan pas mag je naar binnen waar ze je probleem kleiner gaan maken. Logisch dat je dan wachtlijsten houdt.’

Vloeiend opschalen en verantwoord afschalen

Het rapport Van beschermd wonen naar een beschermd thuis komt volgens Dannenberg niet uit de lucht vallen. ‘Er zijn al aanbieders die heel goed met die vernieuwing in ggz en opvang bezig zijn’, zegt hij. ‘En de gemeenten hebben het rapport met groot enthousiasme ontvangen en verwerken de conclusies eruit ook al in beleidsnota’s en in hun  uitvoeringspraktijk.’ Veel gemeenten, stelt Dannenberg, zien heel goed in dat er een kloof is tussen ambulante begeleiding van maximaal acht uur per week en begeleid wonen à 50.000 euro per cliënt per jaar. Die kloof moet worden gedicht. ‘Hiermee bedoel ik niet dat ik tegen beschermd wonen ben’, zegt Dannenberg. ‘maar we hebben in het rapport wel met nadruk benoemd hoe belangrijk het is dat mensen een huurovereenkomst hebben. Je woont ergens en op momenten dat het nodig is ontvang je daar zorg. Stel je een situatie voor waarin iemand heel goed functioneert zo lang de buurt er is om een beetje op hem te passen en oma er altijd is als vast ankerpunt. Als oma dan wegvalt omdat ze ziek wordt, dan moeten er niet eerst heel veel instanties en formulieren zijn, maar dan moet in een vloeiende beweging worden opgeschaald. En als het dan weer beter gaat, moet verantwoord worden afgeschaald. Niet in de zin dat de deur achter je in het slot valt, zoals nu gebeurt, want dan durft iemand zich amper te ontwikkelen omdat hij weet hoe moeilijk het is om bij een terugval weer binnen te komen.’

Erik Dannenberg
‘Om verbindend wonen vorm te geven is het essentieel dat er een naadloze verbinding is tussen het gemeentelijke en het verzekerde domein.’

Verbindend wonen

Dannenberg ziet dit meer als verbindend wonen dan als scheiding van wonen en zorg. Want dat vind ik een rare term’, zegt hij. ‘Om dat verbindend wonen vorm te geven is het essentieel dat er een naadloze verbinding is tussen het gemeentelijke en het verzekerde domein. Het wijkteam en het FACT-team moeten heel dicht bij elkaar zitten. Begeleiden en behandelen zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden. We hebben eens met een stel mensen een hele dag bij elkaar gezeten om tot sluitende definities van beide termen te komen en toen we aan het einde van de dag met rode hoofden het kantoor uitkwamen, waren we niet verder gekomen dan dat behandelen een intensieve vorm van begeleiden is.’

Op dit punt in het gesprek maakt Dannenberg even een uitstapje naar de ouderenzorg. Hij vertelt: ‘Die ontwikkeling van langer thuis blijven wonen bij toenemende kwetsbaarheid is natuurlijk niet uit de lucht komen vallen. De verpleeghuizen raakten vol en er ontstonden wachtlijsten. Zo gebeurde het dus dat mensen langer thuis bleven wonen, met als gevolg dat goede zorg van hoog niveau voor die thuissituatie werd ontwikkeld, tot volledig pakket thuis aan toe. Als die optie er is, dan wíllen mensen op een gegeven moment ook langer thuis blijven wonen. Trek die lijn eens door naar de ggz: het geld niet in de stenen stoppen maar in actief zijn in de wijk. Kijken waar de gordijnen dicht zijn en de post zich opstapelt. Dan heb je het meer over collectieve preventie dan over ggz: niet achter een loket wachten tot er een geïndiceerd mens binnenkomt, maar gewoon ter plaatse zijn. Een voorbeeld: recent zat ik in een snackbar die wordt gerund door een ouder echtpaar. Er kwam een oude man binnen, keurig gekleed maar wel met het typische loopje van iemand die bepaalde medicatie gebruikt. Wat me opviel, was hoe liefdevol het echtpaar met die man omging. Reken maar dat zij de eersten zijn die het in de gaten hebben als er iets met hem aan de hand is. Zulke mensen, daar moet je bij in de buurt zien te komen.’

Positief ontvangen

Het rapport van de commissie Dannenberg mocht op veel positieve reacties rekenen. Ook van het Landelijk Platform GGz, dat wel de kanttekening plaatste dat er een kloof is tussen de visie van de opstellers en de praktijk nu. ‘Die is er zeker’, zegt Dannenberg. ‘Wij zeggen dan ook: doe er vijftien jaar over. Begin met de nieuwe cliënten, met de vraag welke woonvorm bij hen zou passen. Voor wie niet tegen geluid kan zou een geluiddichte woning een goede oplossing zijn, voor wie juist heel veel kabaal maakt trouwens ook. Zo iemand kan dan toch gewoon in een buurtje wonen. Biedt iemand met PTSS die alleen kan functioneren als hij constant andere mensen om zich heen heeft niet beschermd wonen maar een woongroep. Zoek creatieve oplossingen. En probeer alsjeblieft niet om alles tegelijk te doen. Ik hou mijn hart vast voor wat er gebeurt in gemeenten die meteen naar de conclusies van het rapport springen als basis voor een rigoureuze aanpassing van hun beleid en die de weg daar naartoe overslaan.’

Dannenberg benadrukt nogmaals geen tegenstander te zijn van beschermd wonen. ‘Maar ik ben wel vóór het ontwikkelen van heel veel alternatieven’, zegt hij. ‘En daarbij heb ik geen boodschap aan de gemeenten die dan nog wel eens willen zeggen “Ja maar dan hebben we veel meer woningen nodig”. Dat is natuurlijk niet waar, want die mensen bestaan al en wonen al ergens. Het gaat niet om nieuwe woningen, maar om anders benutten van wat al bestaat. Het uitgangspunt is nu: je woont beschermd zo lang dat nodig is en als het goed met je gaat dan moet je eruit. Dat moeten we omdraaien: die hulpverlening moet eruit en is alleen welkom op momenten dat die nodig is. Het is het huis van de burger. Daarom is dat ook bewust de benaming die we voor de doelgroep gebruiken in ons advies: burger. Daar hebben we heel goed over nagedacht.’

Erik Dannenberg
‘Ik hou mijn hart vast voor wat er gebeurt in gemeenten die meteen naar de conclusies van het rapport springen als basis voor een rigoureuze aanpassing van hun beleid en die de weg daar naartoe overslaan.’

8 randvoorwaarden en condities

De commissie Dannenberg heeft in haar rapport acht randvoorwaarden en condities aangegeven voor de maatschappelijke ondersteuning waaraan moet zijn voldaan om tot sociale inclusie te kunnen komen:

  • Versterken van zelfmanagement, ervaringsdeskundigheid en informele zorg
  • Garanderen van langdurige begeleiding met flexibele intensiteit
  • Ondersteuningscontinuüm voor herstel en participatie
  • Een breed arsenaal van woonvarianten
  • Beschikbare en betaalbare wooneenheden
  • Laagdrempelige toegang tot zorgfuncties
  • Duurzaam samenwerken tussen gemeenten en zorgverzekeraars
  • Borgen van kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning

Binnen Nieuwe wegen ggz en opvang worden door de deelnemende samenwerkingsverbanden met hun innovaties inzichten en ervaringen opgedaan, gericht op deze acht uitgangspunten. De verwachting is dat vanuit de praktijk informatie over werkzame principes en over belemmeringen kan worden gegeven, op basis waarvan een ontwikkelagenda voor de toekomst kan ontstaan.

Tijdens een bijeenkomst van het programma Nieuwe wegen ggz en opvang op 7 november a.s.:

  • wordt een overzicht gegeven van de bijdragen van de samenwerkingsverbanden aan de condities voor sociale inclusie, zoals genoemd in het advies van de commissie Dannenberg ‘Van beschermd wonen naar beschermd thuis’;
  • geeft Rina Beers, voorzitter van de stuurgroep, inzicht in de investeringsopgave voor de gemeenten op basis van een onderzoek dat hiernaar is uitgevoerd door de brancheorganisaties
  • zal Erik Dannenberg, voorzitter Divosa, zijn visie en reactie geven. Wat is nodig voor implementatie?
  • zullen de deelnemers met elkaar in gesprek gaan over de concrete vervolgstappen, die nu gezet zouden moeten worden.
  • en wordt een aanzet gemaakt voor een implementatie-agenda.
Erik Dannenberg
Erik Dannenberg heeft ruime ervaring in het sociaal domein. Na zijn studie Maatschappelijk werk is hij actief geweest in de hulpverlening aan mensen die verslaafd waren, dakloos waren geraakt en aan gezinnen met meerdere ernstige problemen. Eerst in uitvoerende en al snel in leidinggevende rollen. Van maart 2005 tot maart 2014 was hij namens het CDA wethouder in de gemeente Zwolle met diverse portefeuilles in het sociale domein. Daarnaast was hij voorzitter van de VNG-commissies ‘Gezondheid en Welzijn’ en ‘Transitie Jeugdzorg’. Als voorzitter van de VNG-delegatie onderhandelde hij met het Rijk over de nieuwe Wmo en Jeugdwet.

Meer weten


Geplaatst op: 4 september 2017
Laatst gewijzigd op: 19 september 2017