NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

De 5 uitgangspunten van E.V.A

Omdat de gangbare aanpak in de opvang niet het gewenste resultaat geeft, bedachten organisaties in het noorden van het land een andere aanpak: een maatwerkaanpak: Eigenaar van Vraag en Antwoord (E.V.A). Het vraagt van alle betrokkenen zowel een andere houding als ander gedrag, vertelt Alice Vellinga, bestuurder van Zienn Het Kopland. Een aanpak in twee delen: de achtergrond (deel 1) en de 5 uitgangspunten van E.V.A (deel 2).

Stap 1: luisteren

De eerste stap is ‘luisteren’. We staan in de hulpverlening meteen klaar om hulp te verlenen, maar eigenlijk moeten we eerst eens stilstaan en ons afvragen wat degene tegenover ons nou vertelt. Wat zijn zijn wensen? Heeft iemand met een zware verslaving jarenlang op straat geleefd en sta jij als hulpverlener klaar om iemand naar een afkickkliniek te sturen? Een huis te regelen? Maar wat wil de burger tegenover jou?

Een stappenplan is prima als het jou als hulpverlener helpt om te luisteren, maar het is slechts de basis. Doorvragen op de antwoorden die je krijgt, is vervolgens essentieel. Luisteren dus, en doorvragen. En dan ook weer goed luisteren. Vellinga geeft een voorbeeld van hoe belangrijk het is om je daadwerkelijk open te stellen voor de persoon tegenover je. Een cliënt met een slecht gebit had daar zoveel last van, dat hij geen contacten meer durfde aan te gaan. De hulpverlener besloot in het gesprek dat hij met hem had om zijn schulden te gaan aanpakken. Maar het gebit was zo’n hoge drempel dat al het andere minder belangrijk bleek. Vellinga: “Het paste aanvankelijk niet in de gedachtewereld van de hulpverlener om eerst iets aan het gebit te gaan doen.”

Stap 2: ga in gesprek

De tweede stap is een gesprek over de vraag wat je wilde toen je jong was. Wat is je persoonlijke missie geweest? Had de cliënt drijfveren, wensen en verlangens? Eigenlijk willen veel mensen hetzelfde, legt Vellinga uit. “Een eigen plek hebben om te wonen, iets bijdragen aan de wereld, een zinvol bestaan hebben.” Schuldenvrij zijn, uit de financiële zorgen zijn, horen daar ook bij.

Stap 3: haal alles uit de kast

De derde stap is dan dat de hulpverlener alles uit de kast moet halen om die missie te volbrengen. Daarbij is de haalbaarheid van zo’n missie wel een voorwaarde. Een 35-jarige die zijn school niet heeft afgemaakt en de wens heeft om chirurg te worden, dat is niet haalbaar. Maar in deze stap komt wel weer voorwaarde of stap 1 om te hoek kijken: wat wil de mens tegenover jou daadwerkelijk? En wanneer moet je bijsturen omdat het niet haalbaar is? Wanneer moet je dat stapje extra doen of out of the box denken omdat het via een omweg wellicht wel mogelijk is?

Is het saneren van het gebit niet mogelijk omdat het niet in jouw gedachtewereld als hulpverlener past of is het ook echt een brug te ver? Wat in zo’n situatie kan helpen is als de hulpverlener doorvraagt op ‘hoe dan?’. Vellinga: “Samen er achter komen wat er voor nodig is om wensen in vervulling te laten gaan en dan pas kijken of het haalbaar is of niet.”

Stap 4: huidige aanbod niet leidend

De vierde stap is dat het huidige aanbod niet leidend mag zijn in het bieden van hulp. Als je namelijk precies de huidige wet- en regelgeving van gemeenten volgt dan moet je er bijvoorbeeld eerst wel heel erg slecht aan toe zijn, voordat je hulp mag bieden.

Vellinga geeft een voorbeeld. “Er zijn gemeenten waar je op de vraag of je ergens terechtkunt als je geen vast verblijfplaats hebt, beter niet kunt zeggen dat je bij vrienden op de bank mag slapen. Je moet daar eerst een paar nachten in de nachtopvang hebben geslapen, voordat je hulp krijgt.” Daar is sprake van een trapsgewijs hulpaanbod, vertelt ze. “Eerst moet je naar de nachtopvang. Dan kom je in aanmerking voor maatschappelijke opvang en na die trede, kom je in aanmerking voor een zelfstandige woonvoorziening. Voordat je überhaupt hulp krijgt, moet je dus eerst door de bodem zijn gezakt.” Een ander voorbeeld is de lange wachttijden om voor hulp in aanmerking te komen. Wie zich vandaag meldt voor hulp, moet niet zelden 12 tot 16 weken wachten. Als je uit huis gezet wordt, betekent dat dus een leven op straat.

Stap 5: creëer ruimte en vertrouwen

De vijfde stap vervolgens is het creëren van ruimte en het werken vanuit vertrouwen. Dat nu moet op verschillende niveaus gebeuren, legt Vellinga uit.

  • Op organisatieniveau: organisaties in de maatschappelijke opvang moeten het hulpproces omdraaien. De cliënt in een leidende rol; die zou moeten bepalen welke hulp voor hem nodig is. Bij Zienn worden alle medewerkers getraind in motiverende gespreksvoering, zegt Vellinga: “Een niet-sturende manier van vragen stellen. Cliënten zelf laten expliciteren wat ze willen.” Trainen is overigens een ding, het toepassen nog een heel andere. Vellinga: “Dat is gewoon heel lastig.”
  • Voor medewerkers geldt in vervolg op wat hierboven staat dat zij ervan doordrongen moeten zijn dat het bevoogdende niet werkt. Zeggen dat iemand moet stoppen met drugsgebruik is niet productief. Vellinga: “Stoppen met gebruiken doen mensen omdat ze het zelf willen. Dan pas zullen ze jou als hulpverlener vragen om hulp.”
  • Op gemeentelijk niveau valt er ook het nodige te doen om ruimte te creëren voor betere hulp, zegt Vellinga. Om te beginnen door de opvang anders te financieren. Nu betekent een groter probleem van de cliënt een zwaardere indicatie en dus een grotere hoeveelheid geld voor de organisatie. Maar hoe eerder je mensen met kleine problemen helpt, des te beter je voorkomt dat een klein probleem een groot probleem wordt. Dat moet los staan van het aantal uren dat je daarvoor nodig hebt. Bovendien moet je mensen met problemen niet eerst lang laten wachten op hulp. Ook dan creëer je grotere problemen.

Het zijn perverse prikkels in het systeem: mensen niet te snel willen helpen om te voorkomen dat ze onnodig gebruik maken van hulp en mensen alleen willen helpen als ze een heel groot probleem hebben. Zo creëer je mensen die in de maatschappelijke opvang terechtkomen omdat ze door de bodem van hun bestaan zijn gezakt.

  • Ook de maatschappij mag ruimte creëren. Ruimte voor mensen die wat anders zijn, die afwijken van de norm. Vellinga: “We moeten af van het idee dat afwijken niet goed is.” Wat helpt is verhalen vertellen, ambassadeurs benoemen die die verhalen kunnen vertellen.
  • Tussen organisaties is er ook het nodige op te lossen. Alle organisaties die hulp en zorg bieden, moeten boven hun eigen belang weten uit te stijgen. Ook hier doen systeemprikkels wel eens voor het belang van de eigen organisatie kiezen dan het belang van de cliënt voorop te stellen. Bijvoorbeeld door iemand door te verwijzen voor wie hulp bieden intensief of lastig of duur is. Vellinga: “Ik vind, de eerste organisatie waar iemand zich bij aanmeldt, dat blijft de helpende organisatie, hoe de hulp er ook uitziet.”

Er zijn veel voorbeelden. Een jongere die op straat belandt, terwijl met intensieve familiebegeleiding een dergelijk zwervend bestaan voorkomen kan worden en de jongere gewoon op de goede manier op kamers gaat. Maar dan moet de hulp er wel zijn en moet je goed zien samen te werken tussen al die organisaties, zegt Vellinga. Samen werken is voor haar wel een sleutelwoord. Nu gebeurt het wel dat je door een aanbestedingsprocedure opeens concurrenten wordt in plaats van partners die samen naar goede oplossingen zoeken.

  • Ten slotte moet er vertrouwen zijn in de cliënt. Mensen die ook veel wèl kunnen.

Blanco situatie

Er is werk aan de winkel kortom. Zienn is het met de andere organisaties gewoon gaan doen: Eigenaar van vraag en antwoord wil die maatwerkoplossing zijn waaraan de sector maar vooral de cliënt, behoefte heeft. Van een tegenstrijdigheid is wel sprake. Eigenlijk kun je dit dus niet vanuit bestaande systemen doen. Vellinga: “Wil je helemaal E.V.A werken dan betekent dat, dat je vanuit een blanco situatie moet werken, waarin er niet zoveel regels zijn. Dat zou heel mooi zijn, maar zover is het nog niet.”

Door: Ellen Kleverlaan

Meer weten

Resultaten ‘Eigenaar van Vraag en Aanbod’ (E.V.A.)
Eigenaar van Vraag en Aanbod’ (E.V.A.) heeft haar project binnen Nieuwe wegen ggz en opvang inmiddels afgerond. Lees meer over de resultaten van het project in op de deelnemerspagina van het samenwerkingsverband.

Geplaatst op: 18 april 2018
Laatst gewijzigd op: 30 april 2018