NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

Effectiever behandelen en begeleiden met PsyNet

Nelleke de Lange (Altrecht) en Elisabeth Vonk (UMC Utrecht)

Het is voor veel zorgverleners een bekend verschijnsel: hun patiënt heeft niet alleen contact met hen, maar met nog veel meer hulp- en zorgverleners. De vaste behandelaar van de ggz-instelling, de casemanager en maatschappelijk werker, de huisarts en de POH GGZ, misschien een woonbegeleider en wellicht een psychiater in de kliniek. En in die kliniek heeft de patiënt wellicht ook weer een maatschappelijk werker. Een andere.

Eveneens een voor velen bekend verschijnsel is dat al die hulp- en zorgverleners binnen dezelfde organisatie elkaar wel weten te vinden, maar informatie delen met professionals van andere organisaties gebeurt zelden structureel. En wat te denken van al die  behandelplannen en plannen van aanpak die de patiënt figuurlijk meezeult? Hoeveel van die plannen staan in relatie tot elkaar? En voelt de patiënt zich wel eigenaar van ‘zijn’ plannen? Of is het eigenlijk úw plan, het plan dus van de hulpverlener of behandelaar?

Dat kan en moet anders, vonden verschillende van die professionals, verbonden aan zorgorganisatie Altrecht , Lister, Victas,  UMC Utrecht Hersencentrum, Huisartsen, Buurtteams, gemeente Utrecht. Elisabeth Vonk is beleidsmedewerker PsyNet, deelnemer aan het programma Nieuwe wegen ggz en opvang. Tien jaar werkte ze daarvoor als maatschappelijk werker. “Werd een patiënt op de kliniek Acuut & Intensief (A2) opgenomen, dan werd ik ingeschakeld om te zien of de patiënt ondersteuning nodig had bij werk, sociale omgeving, wonen en financiën.”

Het in kaart brengen wie er allemaal bij de patiënt betrokken waren, was een lastig karwei. En maakte Vonk een plan van aanpak, dan kon die patiënt ’s middags opeens overgedragen zijn aan een andere organisatie. Vonk: “Dat was frustrerend, omdat de patiënt dan meestal meteen uit beeld was. En als de ene hulpverlener niet weet wat de andere al heeft gedaan, is het lastig om patiënten goed te begeleiden. Kwam een patiënt na een tijdje weer terug, dan wist ik niet wat er in de tussentijd allemaal was gebeurd en begonnen we gewoon weer opnieuw.”

Netwerk

Het netwerk rondom de patiënt in beeld hebben is eigenlijk essentieel om iemand goed te ondersteunen, te behandelen en te voorkomen dat hij terugvalt. De praktijk is meestal anders, net als in Utrecht. In de tien jaar dat Vonk werkte als maatschappelijk werker bij UMC Utrecht Hersencentrum, wachtte zij op een middel als PsyNet, vertelt ze. PsyNet ondersteunt het netwerk van de patiënt en de patiënt zelf door de communicatie tussen alle partijen te faciliteren. Informatie uitwisselen, contact onderhouden: de patiënt bepaalt wie toegang krijgen tot zijn PsyNet.

Als een patiënt is aangemeld bij PsyNet, weten alle organisaties, mantelzorgers en professionals die met hem te maken hebben, elkaar te vinden en de informatie die er is. De huisarts met een vraag aan de psychiater over de medicijnen van de patiënt, de behandelaar op de crisisafdeling die de buurvrouw vraagt langs te komen en de Psychomotorische therapeut die leest dat de patiënt de afgelopen maanden aan running therapie heeft meegedaan en zich daar goed bij voelde.

Snelle consultatie

Voor de psychiater is het belang van PsyNet evident. Neem een wijkbewoner die het moeilijk heeft en eerder in beeld was bij Altrecht of UMC Utrecht Hersencentrum. Het wijkteam kan de psychiater via PsyNet vragen om even mee te kijken. De psychiater kan ook meekijken als de patiënt vanuit de crisiszorg weer teruggaat naar de eerstelijn. Stel dat er iets heftigs gebeurt, een familielid dat overlijdt bijvoorbeeld, dan kan de psychiater de situatie meteen beoordelen, zodra hij via PsyNet wordt geattendeerd. Financieel hoeft de psychiatrische zorg geen probleem op te leveren omdat zorgverzekeraars welwillend staan tegenover netwerkzorg en een dubbele DBC in PsyNet toestaan.

Psychiater Jan Willem Renes onderschrijft de mogelijkheid om veel sneller te kunnen consulteren met behulp van PsyNet. Niet dat hij reikhalzend uitziet naar een nog hogere caseload dan nu, maar wel dat patiënten daardoor minder snel tweedelijnshulp nodig zullen hebben. De ggz moet zich realiseren dat zij te maken heeft met een heel netwerk om de patiënt heen, zegt hij, niet met alleen de patiënt. Al sinds in de jaren 70 van de vorige eeuw de ggz-instellingen langzamerhand uit het bos verdwenen en hun plek zochten in de gewone wereld, is de zorg versnipperd geraakt. “Continuïteit van zorg is dus niet langer vanzelfsprekend. Om toch goed over te dragen van de ene naar de andere zorgverlener en het voor de patiënt zelf overzichtelijk te houden met wie hij allemaal te maken heeft, is een middel als PsyNet essentieel.” Het beter kunnen afstemmen van zorg, dossiers die op elkaar aansluiten en het overdragen van patiënten: het kan allemaal veel beter. Een communicatiesysteem is dus belangrijk, vindt hij.

Privacy

Niet alleen de versnippering van zorg maakt een communicatiesysteem als PsyNet noodzakelijk. Patiënten blijven zo lang mogelijk thuis wonen en worden minder snel opgenomen. Het netwerk rondom de patiënt moet dus op de hoogte zijn van belangrijke ontwikkelingen die de patiënt betreffen. PsyNet biedt de mantelzorger en patiënt de nodige ondersteuning. Het feit dat iemand na een opname weer zelfstandig gaat wonen maar nog een lijntje heeft met zijn zorgverleners via PsyNet, geeft veel rust. Ook voor familie; dat snelle opschakeling mogelijk is, zonder eerst alle partijen apart te hoeven informeren: huisarts, behandelaar en maatschappelijk werker kunnen immers allemaal op PsyNet aangesloten zijn. Het gebeurde in het verleden te vaak dat met een beroep op de privacy familieleden niet op de hoogte zijn van waar hun zoon of dochter is, terwijl dat essentieel kan zijn voor het welbevinden van deze patiënt.

Hoe zit dat eigenlijk met PsyNet en privacy? Vonk: “De patiënt moet altijd toestemming geven voor aanmelden bij PsyNet. De patiënt bepaalt ook wat er gedeeld wordt. Er is bijvoorbeeld een patiënt met schizofrenie die haar buurvrouw in PsyNet wil hebben voor als het mis dreigt te gaan. Maar die buurvrouw hoeft niet te weten wat de inhoud van haar psychoses is, daarom is er afgesproken dat daarover niet gecommuniceerd wordt in haar PsyNet.” Het systeem is bovendien heel goed beveiligd, benadrukt Vonk.

Eigenaarschap

Belangrijk is wel dat de hulpverleners de patiënt goed begeleiden bij het inzetten van PsyNet: wie mag wat weten. De hulpverlener ondersteunt de patiënt ook bij het stellen van doelen. Zijn éigen doelen, niet die van de hulpverlener, want wie zijn eigen doelen stelt, gaat zich eigenaar van zijn herstelproces voelen.

Hoe werkt dat nou in de praktijk? Kunnen patiënten wel zelf hun doelen stellen? Dat vraagt inderdaad een fundamentele omslag in het denken over zorg, beaamt Nelleke de Lange, maatschappelijk werker van Altrecht & POH GGZ bij huisartsenpraktijk Vogelenbuurt. Natuurlijk heeft een patiënt medicijnen nodig als hij in de war is, zegt zij, maar van belang is dat de patiënt eigenaarschap ervaart over zijn leven en dus ook over zijn aandoening. De Lange: “Als de behandelaar zegt, ik geef je medicijnen omdat je in de war bent, denkt de patiënt al snel: ik hoef niks te doen, want ik ben ziek. Maar als de patiënt zelf zijn doelen formuleert, bijvoorbeeld – ik wil weer werken. Dan ga je samen op zoek naar wat daar voor nodig is. Ben je in de war en kun je daardoor niet werken, dan heb je wellicht medicijnen nodig. Dan bied je perspectief: de medicijnen zijn nodig omdat ik weer wil werken.”

We moeten af van het idee dat alleen de behandelaar weet wat goed is voor de patiënt, zegt Roxanne Vernimmen, voorzitter van de raad van bestuur van Altrecht. Naast de professionals is de patiënt de expert. Dit vraagt een gelijkwaardige relatie en het vraagt om de patiënt samen met zijn naasten de regie te geven over zijn leven en behandeling. Dat vraagt wel een paradigmashift, zegt Vernimmen. “Psychiaters, verpleegkundigen, andere hulpverleners: we zijn allemaal de zorg ingegaan omdat we mensen willen helpen. Veelal gaat de professionele aandacht naar wat er niet goed gaat en gaan we dat aanpakken. We zijn minder opgeleid om te kijken naar talenten en mogelijkheden van de patiënt.”

Communicatie

Het netwerk om de patiënt heen, moet elkaar weten te vinden, moet met elkaar communiceren, zegt Vernimmen. “Stel dat een patiënt wordt opgenomen op de crisisafdeling, dan is het essentieel om te weten wie de belangrijke mensen in zijn omgeving zijn. Welke medicijnen bijvoorbeeld niet goed zijn en dat iemand wel of juist niet goed reageert op een kamer bij de verpleegpost. Dat moet dus vastliggen op een crisiskaart in PsyNet.”

Het voorkomen van een strijdige aanpak van hulpverleners en hulpverleners die elkaar snel weten te vinden als dat nodig is: dat wensen we ieder individu dat te maken krijgt met de hulpverlening toe.

Interview door Ellen Kleverlaan.

Dit is deel 1 van een tweeluik over PsyNet. Lees ook deel 2: PsyNet biedt patiënten vinger aan de pols

Meer weten


Geplaatst op: 10 januari 2017
Laatst gewijzigd op: 23 maart 2017