NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

Eva Leeman (Bavo Europoort) over Resource Group Assertive Community Treatment

Bavo Europoort neemt deel aan een samenwerkingsverband van circa 15 ggz-organisaties die werken aan implementatie van Resource Group Assertive Community Treatment (R-ACT). Binnen het samenwerkingsverband is een modelbeschrijving opgesteld voor het opstarten en onderhouden van resourcegroepen. Bavo Europoort wil in twee (van de 21) teams in Rotterdam de implementatie starten. Deze pilot wordt nu uitgevoerd met ondersteuning van Nieuwe wegen ggz en opvang.

Resource Group Assertive Community Treatment (R-ACT) is een innovatieve methode om de samenwerking tussen formele en informele steunsystemen te verbeteren. Een resource group bestaat uit mensen die zijn uitgekozen door de cliënt, omdat zij voor hem of haar belangrijk zijn en die hem of haar helpen om persoonlijke, zelfgekozen hersteldoelen te bereiken. Het belangrijkste kenmerk van de R-ACT methodiek is eigenaarschap en regie van de cliënt. Hij of zij is de regisseur van de groep en bepaalt wie er in de groep komt. Dit kunnen familieleden of naastbetrokkenen zijn, maar ook ervaringsdeskundigen en professionals binnen en buiten de ggz.

Cliënt bepaalt

In het interview Het belang van de Resourcegroep (De Volkskrant – bijlage Het Brein) vertelt projectleider Eva Leeman, Psychiater en Manager ambulante behandel teams bij Bavo Europoort, over het belang van resourcegroepen en de innovatieve elementen van de R-ACT methodiek.

“In de psychiatrie hebben we in het verleden te veel gezorgd voor mensen en ze de verantwoordelijkheid voor hun leven uit handen genomen omdat wij van mening waren dat cliënten dat niet zelf konden. Je moet echter niet kijken naar wat iemand niet kan, maar juist uitgaan van wat iemand wel kan en vooral wat iemand wil. Natuurlijk kun je hem of haar daarbij ondersteunen maar het is de cliënt die bepaalt wat hij of zij wil.”

“De betrokkenheid van en de interactie tussen de groepsleden maakt deze methode bijzonder. Bij Bavo Europoort kregen wij bijvoorbeeld een cliënt in zorg die lijdt aan schizofrenie. Hij blowde regelmatig. Nu kan een behandelaar wel zeggen ‘daar moet je mee stoppen want het is slecht voor je’, maar iemand iets verbieden, werkt meestal niet. Toen in de groep werd besproken wat de gevolgen kunnen zijn van blowen, was het niet de cliënt maar juist zijn beste vriend die enorm schrok. Hij had zich nooit gerealiseerd dat lekker samen blowen bij zijn vriend kon leiden tot een psychose. Op dat moment besloot hij te stoppen met blowen en hij helpt ook zijn vriend daarbij. Ze zijn allebei heel gemotiveerd en dat maakt de kans op succes vele malen groter.”

Meer weten


Geplaatst op: 5 december 2016
Laatst gewijzigd op: 6 december 2016