NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

Marc Soeters (ZorgmarktAdvies) geeft antwoord op duurzame financieringsvraagstukken

Duurzame financiering is voor veel organisaties in de ggz en opvang nog best een lastig verhaal. Goede ideeën zijn er genoeg, maar vind daar maar eens een, liefst structurele, financieringsstroom voor. Marc Soeters is oprichter en eigenaar van ZorgmarktAdvies, strategisch adviesbureau voor de zorg. Niet alleen schreef hij een 5-stappenplan voor financieringsvraagstukken. Op het congres Samen werken aan sociale inclusie was hij aanwezig om de vraagstukken van deelnemers aan het congres te beantwoorden. 4 vraagstukken worden in dit artikel uitgelicht.

Stappenplan over duurzame financiering
ZorgmarktAdvies heeft in opdracht van ZonMw het ‘Stappenplan realiseren structurele bekostiging innovatieve ouderenzorg’ opgesteld. Het stappenplan is ook goed bruikbaar voor andere sectoren zoals de ggz.

1. Aankloppen voor financiering bij een goed doel, loont dat?

Het vraagstuk: Een opvangorganisatie in Den Bosch maakt zich hard voor een integrale aanpak van zwerfjongeren. Vaak is sprake van multiproblematiek waarvoor (dus) ook verschillende oplossingen nodig zijn. Denk aan een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt, een stage- of werkplek, een plek om te wonen en wellicht woonbegeleiding en schuldhulpverlening. De organisatie klopte ervoor aan bij een goed doel, maar is verstrikt geraakt in de bureaucratische processen. Innovatie en geld van een goed doel gaan slecht samen, zo blijkt uit dit verhaal. De eisen die ingewilligd moeten worden voordat je überhaupt kunt meedingen naar subsidie liegen er niet om. Enkele voorbeelden:

  • er mag maar één projectleider zijn; dat deze organisatie er twee naar voren schoof, dat mocht niet.
  • een potentiële projectleider moet eerst een 12-daagse opleiding daartoe hebben gevolgd.

Let wel: dit zijn eisen die eerst moeten worden ingewilligd. Pas daarna kan de organisatie een subsidieaanvraag indienen, nog steeds zonder enige garantie op toewijzing ervan.

Antwoord Marc Soeters: Marc begrijpt goed dat verschillende fondsen een grote aantrekkingskracht uitoefenen op organisaties die innovatieve plannen hebben, zeker als zo’n initiatief een landelijke potentie heeft. Maar, zegt hij: “Er gaat veel tijd en energie zitten in een aanvraag als deze. Goede doelen liggen onder een vergrootglas van het publiek/de media. Dat zorgt ervoor dat ze de processen hebben dichtgetimmerd om iedere vorm van fraude of misbruik ervan uit te bannen. De keerzijde is dan dat de procesgang zo ingewikkeld is, dat je het gevaar loopt dat alle energie uit het oorspronkelijke idee wegvloeit.” Om je enthousiasme voor je plan te bewaren, én die van je medewerkers, kun je er wellicht beter voor kiezen om het lokaal te organiseren, zegt hij.

  1. Verzamel je lokale partners/de organisaties die mee willen doen
  2. Zet het plan op papier, benoem in ieder geval de doelstellingen en de kosten en de baten voor cliënten en gemeente
  3. Alle partijen ondertekenen het plan
  4. Presenteer het aan de gemeente.

2. Wat kun je doen als gemeenten niet integraal werken?

Het vraagstuk: Een andere vraag komt uit de hoek van ggz-gerelateerde reclassering, een organisatie die betaald wordt door het ministerie van Justitie. Cliënten hebben echter veel welzijns-gerelateerde vragen waarvoor de organisatie bij de gemeenten moet aankloppen. Dat is bij veel gemeenten een lastig verhaal. Dat heeft alles te maken met het feit dat vragen die het sociale domein betreffen, bij gemeenten verschillende beleidsterreinen raken, de zogenaamde hokjes.

Dat betekent dat voor één ondersteuningsvraag, soms verschillende beleidsterreinen binnen de gemeente in actie moeten komen. Zowel organisaties als burgers hebben hier last van. Burgers krijgen ingewikkelde brieven met verzoeken om informatie van de ene afdeling, die nodig zijn voor een andere afdeling. Brieven waarvan de medewerkers in de opvang soms al een punthoofd krijgen, laat staan de mens met een psychische kwetsbaarheid.

Antwoord Marc Soeters: Marc antwoordt dat het bij sommige gemeenten goed is geregeld, bij andere niet. Bij sommige gemeenten is sprake van één aanspreekpunt voor organisaties en burgers, voor alle vragen die het sociaal domein betreffen. Als je niet het geluk hebt met zo’n gemeente te maken te hebben, kun je geconfronteerd worden met een behoorlijke bureaucratische rompslomp. Integraal werken is de oplossing, maar dat kun je niet afdwingen. Een voorbeeld van een gemeente waar wel het individu en zijn hulpvraag voorop staan, is Nijmegen.

3. Waar vind je financiering als jouw initiatief gemeente-overstijgend is?

Het vraagstuk: Een volgende vraag komt vanuit in innovatief digitaal platform. Er ligt een plan voor het combineren van ervaringsdeskundigheid en een digitaal platform waarop dat bijeen moet komen. Het ministerie is enthousiast volgens de mevrouw die het inbrengt. Nu nog een financiële dekking vinden.

Antwoord Marc Soeters: Marc antwoordt dat het altijd lastig is om voor een landelijke voorziening een gemeentelijke dekking te vinden. Waarom zou een gemeente investeren in iets dat landelijk in een behoefte voorziet? Tegelijkertijd is het sociaal domein naar de gemeenten gedecentraliseerd, wat het er niet gemakkelijker op maakt.

Marc verwijst naar een landelijk fonds van de zorgverzekeraars samen, waaruit innovaties worden gefinancierd. Er is ongeveer 3,5 miljoen per jaar beschikbaar, dus het is geen bodemloze put. Voorwaarde is ook dat de innovatie (deels) betrekking heeft op zorg uit de Zorgverzekeringswet. Een dergelijk innovatiefonds kan wellicht een initiatief als dit doen opstarten. Voor een eenmalige subsidie is dit mogelijk geschikt. Voor de structurele kosten moet je dan in elk geval alsnog een andere dekking vinden. Die structurele financiering is dan nog steeds wel een wat lastiger verhaal.

4. Waar liggen marktkansen voor inloopvoorzieningen?

Het vraagstuk: Een inloopvoorziening in het oosten van het land benoemt twee bewegingen. Het is doorlopend spannend of ze kunnen blijven doen wat ze doen (1). Ze zouden nog veel meer kunnen doen, goedkoper dan hoe organisaties in de ggz (en daarbuiten) doen, waardoor het voor gemeenten besparend werkt, maar ze krijgen die kans niet (2).

Een voorbeeld van dat laatste is dat deze organisatie heeft aangeboden om in bepaalde gemeenten een logeervoorziening op te zetten voor mensen die op straat leven. Het antwoord in die gemeenten was dat zij zo’n logeervoorziening al hadden ingekocht. Bij nader onderzoek blijkt het te gaan om een logeervoorziening voor ouderen, die eigenlijk niet meer thuis kunnen wonen. De kracht van deze organisatie is dat ze werken met ervaringsdeskundigen. De effecten zijn er op meerdere vlakken:

  • De inloopvoorziening biedt hulp voor mensen met een psychische kwetsbaarheid
  • Mensen participeren door na voldoende herstel ook hulp te bieden aan anderen

De organisatie benoemt dat het belangrijk is de verbinding te zoeken met organisaties in de ggz. Zorg en welzijn moeten samen optrekken, dan creëer je meerwaarde. De organisatie benoemt ook dat je een bepaald volume nodig hebt om als organisatie te kunnen doen wat je doet.

Antwoord Marc Soeters: Marc ziet mogelijkheden voor ervaringsdeskundigen bij cliëntondersteuning. Cliëntondersteuning is een wettelijk recht (onder de WMO) waarvoor vanuit VWS meer geld beschikbaar gaat komen. Cliëntondersteuning moet niet vanuit het wijkteam gegeven worden; in het wijkteam zitten immers hulp- en zorgverleners, dat is principieel onverenigbaar met de essentie van cliëntondersteuning: ondersteuning naast de cliënt, niet voor de cliënt. Het vermarkten van cliëntondersteuning: daar liggen dus de mogelijkheden. Ervaringsdeskundigen daarop inzetten, betekent win-win-win:

  • Het gaat om een recht voor de cliënt en er komt extra geld voor beschikbaar
  • Nieuwe marktkansen voor de organisatie
  • Ervaringsdeskundigheid benutten: goed voor de ervaringsdeskundige en voor de cliënt.

Tenslotte ziet Marc ook marktkansen bij de belangstelling voor ‘verwarde personen’. Er is veel te doen momenteel om de toename van het aantal gedwongen opnames. Dat zou het gevolg zijn van de afbouw van het aantal klinische plekken in de ggz. Mensen die voorheen voor behandeling – tijdelijk – naar een kliniek verhuisden en nu ambulant behandeld en ondersteund worden, zouden meer ‘verwarde personen’ op straat betekenen. En dus kansen bieden voor inloopvoorzieningen.

3 tips van Marc Soeters voor gemeenten:

  1. Ontschot de gemeente (aan de achterkant)
  2. Zorg voor 1 loket voor alle zaken/vragen die de burger heeft in het sociaal domein (aan de voorkant)
  3. Geld moet de burger met een ondersteuningsvraag volgen

Door: Ellen Kleverlaan

Meer weten


Geplaatst op: 5 april 2018
Laatst gewijzigd op: 11 april 2018