NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

Respijthuis Amerbos in Amsterdam-Noord

Aan de wieg van het Respijthuis in Amsterdam-Noord stond Jan Jumelet. Jumelet is beleidsadviseur van HVO-Querido. Eigenlijk komen twee ontwikkelingen samen in het Respijthuis aan de Amerbos, vertelt hij: ervaringsdeskundigheid bij het herstel en de behoefte aan een voorziening in de preventieve sfeer.

Preventief werken in de opvang is nog belangrijker geworden, legt Jumelet uit. Mensen die vroeger bij crises werden opgenomen in een ggz-kliniek, blijven vaker zelfstandig wonen. Maar kwetsbare mensen hebben nog steeds te maken met bijvoorbeeld life events die hen danig uit het veld kunnen slaan. Dan een plek hebben om even op adem te komen, kan veel voor mensen betekenen. Met een luisterend oor van een ervaringsdeskundige beroepskracht of vrijwilliger als remedie.

Respijthuis Amerbos bestaat nu twee jaar en aan de opening in mei 2016 gingen ook nog eens enkele jaren aan voorbereiding vooraf. Op enkele punten ziet Jumelet dat de praktijk wat weerbarstiger is dan de theorie vermocht. Hem wordt wel tekentafelwijsheid verweten, zegt hij gekscherend, in discussies met bijvoorbeeld de ervaringsdeskundigen van Respijthuis Amerbos. Bijvoorbeeld waar het gaat om het motiveren van gasten om bij te dragen aan het huishouden of het bieden van een luisterend oor aan andere gasten.

Jumelet boogt zich op eerdere ervaringen met een zelfbeheerlocatie, Je Eigen Stek, opvang die geheel door en voor ervaringsdeskundigen wordt georganiseerd. Daar wonen mensen alleen veel langer, zegt hij. “Maar wat je mag verwachten van gasten staat in directe relatie tot herstellen. Lotgenotencontact, een luisterend oor zijn voor anderen: niet alleen voor de initiële ontvanger is het prettig met een lotgenoot te praten, ook ‘de ander’ kan er wat aan ontlenen. Al is dat nog zo klein. Die ervaring hebben we vaker opgedaan.”

Ook onderzoeker Max Huber heeft daarover ideeën ontwikkeld. Huber doet onderzoek naar zelfbeheer, herstelondersteuning en ervaringsdeskundigheid in de maatschappelijke opvang en is verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam. Ook Huber stond aan de wieg van het Respijthuis Amerbos. Ideaal is als een gast zich ontwikkelt tot deelnemer en daarna tot vrijwilliger. Maar, zegt Jumelet: “Mensen kunnen terugvallen. Herstel is geen lineair proces.”

Ideale plaatje

Ideaal zag Jumelet voor zich dat het Respijthuis een huis zou zijn waar kleinschalig de ervaringsdeskundige vrijwilligers het dagelijks beheer zouden doen. Op hun beurt begeleid door ervaringsdeskundige beroepskrachten en dat allemaal gefaciliteerd door de organisatie: HVO-Querido.

Obstakel voor dat ideale plaatje is ook hier de praktijk. Voor een aantal van de vrijwilligers blijkt deze taak te zwaar. Zij hebben bijvoorbeeld wat meer begeleiding nodig, of ze moeten een stapje terug doen omdat ze te veel willen. Een tweede groep vrijwilligers is zo goed in het werk, dat zij al snel aantrekkelijk zijn voor andere vrijwilligers- of zelfs betaalde banen. Voor hen is werken bij het Respijthuis het opstapje dat ze nodig blijken te hebben om door te groeien. Een derde groep is de kleine groep van vrijwilligers die langer bij het Respijthuis blijft.

Maar, zegt Jumelet: “Deze pool van vrijwilligers is te klein. Ziedaar een knelpunt en dus de reden dat in de praktijk de beroepskrachten de belangrijkste taken uitvoeren.” Daar is ook wel weer een praktische reden voor. Voor het aanvragen van indicatiestellingen bij de gemeente is het nodig te werken vanuit een account. En de accounts zijn toebedeeld aan de beroepskrachten.

Financiële plaatje

Wat op papier goed is geregeld en ook in de praktijk een positieve ontwikkeling te zien geeft, zijn de financiën, zegt Jumelet. Met het aantal opvangplekken op maximaal 10 en nu, na twee jaar, al een bezettingsgraad van 70 procent, draait Respijthuis Amerbos al bijna quitte.

Je kunt de financiële constructie een beetje vergelijken met een PGB-constructie, legt Jumelet uit. “Met 100 euro per plaatsing per nacht, zijn we uit de kosten, als je uitgaat van een bezettingsgraad van 85 procent. De twee panden aan het Amerbos, omgebouwd tot één pand, zijn eigendom van HVO-Querido. Tel je de hypotheekkosten, de personele kosten en vrijwilligersvergoedingen en de huishoudkosten bij elkaar op, dan zit je op een begroting van zo’n 3,5 ton.”

De schaalgrootte van een stad als Amsterdam helpt wel bij de ideale bezettingsgraad. Jumelet: “Zak je onder dat aantal slaapplaatsen, dan is het lastiger om de kosten die je sowieso hebt, te dragen. De inkomsten komen namelijk uit indicatiestellingen voor kortdurend verblijf, gefinancierd via de Wmo.” Met de gemeente is de afspraak gemaakt dat voor het aanvragen van die indicatiestellingen de enorme administratieve last die daarmee samenhangt, wat eenvoudiger mag worden aangevlogen. De gemeente is zeer welwillend, benadrukt Jumelet. “We zijn vanaf het begin met elkaar zoekende naar de ideale manier om dit werkend te krijgen.”

Lastig is nog wel dat verschillende ketenpartners de ambulante begeleiding doen en dat voor het aanvragen van de indicatiestelling één van de betrokken partijen de trajecthouder voor het Respijthuis moet zijn: ofwel het Respijthuis dan wel GGZ inGeest of Arkin, de twee grote ggz-organisaties in Amsterdam. Als het administratief niet klopt, bijvoorbeeld omdat de trajecthouder niet duidelijk is, betekent dat geen geld voor het verblijf in het Respijthuis.

De beste oplossing zou zijn terug naar een vorm van budget- of outputfinanciering. Jumelet: “Productieafspraken maken, zorgen dat je je daar aan houdt en na afloop van het boekjaar afrekenen op output.”

Verder onderzoek naar deze vorm van opvang, op zowel financiële aspecten, de lengte van opnamen en of de evidente behoefte óók leidt tot herstel of ten minste het voorkomen van terugval, kan daar wellicht aan bijdragen. Want dat het werkt, zegt Jumelet: “Daarvan zijn eigenlijk alle betrokkenen overtuigd.”

Door: Ellen Kleverlaan

Meer weten


Geplaatst op: 20 april 2018
Laatst gewijzigd op: 20 april 2018