NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

Respijthuis Amsterdam-Noord: tijdelijke opvang in een huiselijke, schone en vriendelijke setting

Bij het Respijthuis in Amsterdam-Noord zijn er geen ‘cliënten’; er is geen sprake van ‘zorg’ noch ‘begeleiders’ of ‘behandelaars’. Er zijn in plaats daarvan ‘gasten’. Er is sprake van ‘verblijf’ en de professionals zijn ‘ondersteuners’. Naast die ondersteuners zijn er vrijwilligers.

Taal is belangrijk, zegt Floris Broekhuizen, een van de drie ondersteuners van het Respijthuis, een huis van HVO-Querido. “Mensen komen soms binnen met ‘ik ben een borderliner’. Nee, zeg ik dan, je hebt de diagnose borderline gekregen, je bent daarnaast een heleboel meer dan dat. Met taal bepaal je hoe je tegen de dingen aankijkt.”

De achtergrond van het Respijthuis is bijzonder. Het idee komt overgewaaid uit de VS, waar weinig klinische hulp is voor mensen die psychische ondersteuning nodig hebben. Broekhuizen, die zelf ook de nodige stages in de VS liep en er veel kennis en ervaring opdeed: “Ondersteuning is daar veelal in handen van particuliere initiatieven. Mensen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen, kunnen er kortdurend terecht.”

Ook in Nederland is het aantal klinische bedden in korte tijd fors afgebouwd. Over de gevolgen daarvan is veel te doen. Meer gedwongen opnamen dan ooit en meer ‘verwarde mensen’ op straat. De ambulante hulpverlening schiet soms tekort om mensen uit de crisisopvang te houden en bovendien: dan is het al te laat. Broekhuizen: “Je moet er eerder bij zijn. Niet wachten op een gedwongen opname maar laagdrempelig en liefst dezelfde dag als het nodig is, nog mensen een vorm van ondersteuning kunnen bieden.”

Huiselijke sfeer

Daarvoor is het Respijthuis: een kortdurende mogelijkheid om te verblijven als het leven even te ingewikkeld is. Preventief dus, om te voorkomen dat een opname in een kliniek nodig is. Het betreft dus geen opvanghuis voor daklozen of een vervanging voor de crisisopvang, legt Broekhuizen uit. “Wat we hier bieden is een vrijwillig verblijf in een huiselijke sfeer. Geen drang en geen dwang. We willen zo min mogelijk regels hebben, al ontkomen we niet aan enkele basis-omgangsvormen. Kernwaarden zo je wilt. Onze gasten gedijen daar ook goed bij, het biedt veiligheid. Geen geweld en geen discriminatie, dat zijn de belangrijkste regels.”

Niks moet. Dat is in essentie anders dan de wereld van de ggz en soms ook die van de opvang. Broekhuizen: “Doelen stellen: als dat hier lukt, dan staan we je graag bij in het realiseren ervan. Maar het moet niet. Geen drang en ook geen dwang, ook op dit vlak dus.”

Wie zijn de mensen die het Respijthuis weten te vinden? Officieel hebben de mensen allemaal een ‘psychische kwetsbaarheid’ maar ook dat woord vindt Broekhuizen niet prettig. Minder beladen is een ‘ingewikkeldheid’ legt hij uit. “Het kan gaan om eenzaamheid waar je last van hebt of waardoor je bang bent om bijvoorbeeld te vervallen in drugsgebruik. Maar je kunt ook last hebben van de buren. Echt of denkbeeldig, in je hoofd, dat maakt voor ons niet uit.”

Mensen komen in eerste instantie voor een week. Ze bellen op, of de huisarts of psychiater belt. Liefst nog dezelfde dag heeft een van de drie ondersteuners een gesprek met hem of haar. Dat kennismakingsgesprek is vanwege twee belangrijke redenen. Broekhuizen: “We willen weten of iemand hier vrijwillig komt. Als een psychiater belt, zeg ik altijd, laat uw cliënt zelf even bellen. Dan ben je er meteen achter of het idee van de psychiater komt of dat deze mens zelf wil. Mensen die hier niet willen zijn, kunnen hier niet terecht.”

Mensen die suïcidaal zijn, kunnen hier weliswaar terecht, maar de ondersteuner gaat wel met hen in gesprek of ze dat van plan zijn bij het Respijthuis. Floris: “Je mag gedachten eraan hebben, maar het niet van plan zijn hier te doen. Het blijft wel een lastige beoordeling.”

Onderbuik

Wendy, een van de andere twee ondersteuners van het Respijthuis, mengt zich op verzoek van Floris in het gesprek. Je moet heel goed luisteren naar je onderbuik, legt ze uit. Maar ook: “Vervolgens ga je daarover het gesprek aan. Niet alleen vertrouwen op je onderbuik, dat is niet goed. Maar het is niet in regels te vatten, waar je op moet letten, dus beide is belangrijk: onderbuik en het gesprek erover.”

De gasten moeten in Amsterdam wonen, zelfstandig of begeleid; als het adres maar in de hoofdstad is. Zodra ze bij het Respijthuis komen logeren, vragen de ondersteuners een indicatie Kortdurend Verblijf aan bij de gemeente. Bestaat na de eerste week de behoefte om er nog een week aan vast te plakken, dan kan dat. In totaal is een gast twee weken welkom. En dat niet meer dan drie keer per jaar. In totaal dus zes weken ofwel 42 dagen.

Gasten komen ook wel eens terug. In de afgelopen twee jaar, sinds de opening, is gemiddeld genomen bijna iedere bewoner één keer teruggekomen. De gemiddelde verblijfsduur is 12 dagen. Nog wat cijfers. Het totaal aantal overnachtingen in die twee jaar is ruim 2500. En van alle gasten en overnachtingen zijn er in deze twee jaar al 112 unieke personen in het Respijthuis ondersteund.

Met een bezettingsgraad van 70 procent sturen Floris Broekhuizen c.s. nu meer en meer op een verblijf van een week. “Even uit de crisissituatie weg zijn, in een schone omgeving terechtkomen waar je met elkaar kookt, televisie kunt kijken, tekenen en muziek maken, doet wonderen.”

Het ideale plaatje is dat gasten later in de tijd vrijwilliger worden, zegt Floris Broekhuizen. Een vorm van zelfmanagement streven ze met elkaar na: de vrijwilligers met de ondersteuners en liefst ook de gasten. Maar de gasten zijn er te kort om daadwerkelijk een vorm van zelfsturing te hebben in het Respijthuis. Het is volgens Broekhuizen nog even zoeken naar een goede vorm van zelfmanagement en in die lijn ligt ook het zoeken naar de eerder genoemde spelregels voor gasten, vrijwilligers en ondersteuners.

Zuinig zijn met adviezen

De drie ondersteuners van het Respijthuis, Floris, Wendy en Huub, zijn eveneens ervaringsdeskundigen in de wereld van de ggz en opvang. Ze zijn nu in dienst van HVO-Querido. Ervaringsdeskundig zijn, is nodig, zegt Broekhuizen. “Door onze ervaringskennis, snap je waaraan mensen behoefte hebben. Je moet een open houding hebben, niet oordelend zijn.” Zuinig zijn met adviezen, is een credo waar de ondersteuners prat op gaan. Er kunnen zijn voor de gasten, en op je handen zitten waar het aankomt op hulp en ondersteuning. Herstel moet uit mensen zelf komen, is de stellige overtuiging van Broekhuizen.

Het vraagt niet alleen ervaring maar ook de persoonlijkheid om dit werk te kunnen doen, legt hij uit. “We staan in het leven altijd met onze adviezen voor een ander klaar, we weten altijd wat goed is voor een ander. Hier doen we dat niet.” Lukt dat ook altijd? “Het is wel eens lastig. We hadden een tijd geleden een obese vrouw als gast, die maar bleef eten. Dan niks ervan zeggen, terwijl je hele hart schreeuwt: doe het niet! Ook voor ons is dat soms wel een uitdaging.”

Door: Ellen Kleverlaan

Meer weten


Geplaatst op: 19 april 2018
Laatst gewijzigd op: 19 april 2018