NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

Stadskamer Doetinchem: Vertrouwen en samen sturen, risico’s (durven) nemen en focus op wat je kunt

Bij de transities van de langdurige zorg stond voor de gemeente Doetinchem voorop dat niet de gemeente zou bedenken wat de resultaten moesten zijn van de gedecentraliseerde taken. Saar Veneman, strategisch adviseur bij de gemeente Doetinchem: “De vraag bij de kanteling die we maatschappelijk willen, de verantwoordelijkheid dragen over je eigen leven maar ook omkijken naar je buurvrouw, was: hoe doe je dat eigenlijk? Dat moet je als overheid niet willen opleggen, dat moet je met het veld samen doen.” De vraag die volgde was, wat daarvoor nodig is. Met de Stadskamer samen voltrok zich als het ware een organisch proces, gestoeld op vertrouwen, maar ook door er heel dicht op te zitten, zegt Veneman.

Dit is deel 2 van een 3-luik over de Stadskamer Doetinchem. Lees ook deel 1: De Stadskamer Doetinchem: Op zoek naar een waarom van het succes

Continu in verbinding

Wat bedoel je met ‘dicht erop zitten’? Saar: “Als je op basis van vertrouwen met elkaar in zee gaat, dan betekent dat niet – alsjeblieft, hier heb je een miljoen, we spreken elkaar over een jaar weer over hoe het is gegaan. Het is geen kwestie van loslaten en achterover leunen, juist niet. Het betekent dat je moet blijven praten. We spreken iedere maand met elkaar af. Hoe gaat het nu? Wie bereiken jullie? Wat is de volgende stap? Er is geen vaste agenda, maar we staan continu met elkaar in verbinding.”

De gemeente neemt dus minder afstand in. Je zou denken dat je voor vertrouwen juist wel loslaat. Saar: “Dat is een misvatting. Vertrouwen zit ‘m in het feit dat we niks dichttimmeren. Het is een beschrijvend proces dat we met elkaar zijn aangegaan, niet een waarin we regels afwegen. Daarvoor moet je ook wel een persoonlijke klik hebben, dat je elkaar vertrouwt. Maar dat kan alleen als je je met elkaar verbindt door met elkaar te blijven praten.”

Risico’s

Het vertrouwen tussen gemeente en Stadskamer blijkt onder meer uit de afwezigheid van randvoorwaarden. De gemeente vertrouwt erop dat de Stadskamer geen onnodige risico’s neemt, terwijl de doelgroep wel risico’s meebrengt. Hoe zit dat? Initiatiefnemer Janneke Rijks vertelt over het moment dat de Stadskamer net open was. Ze was niet van plan om vijftig uur per week te gaan werken, toch wilde ze ruime openingstijden. Al snel haakten burgers aan, zegt ze. Ze gaf de pinpas mee om boodschappen te doen en de sleutel aan mensen die de deur konden open doen als zij vrij was. Op zaterdag ging ze dan nog wel even kijken, met haar kinderen op de fiets. In twee jaar tijd is het maar één keer misgegaan, een klein bedragje was uit de kassa verdwenen. Vertrouwen en risico lopen, gaan dus hand in hand, op ieder niveau. Maar dat gaat ook gewoon goed. Mensen willen verantwoordelijkheid, zegt ze.

Zelf doen

Kan iedereen de verantwoordelijkheid aan? Janneke: “We geloven sterk: als we mensen de ruimte geven, eigenaar maken van hun eigen plek, dan nemen ze hun verantwoordelijkheid daarin. En gaat het niet goed, dan lever je de sleutel weer in.”

Draait het bij de Stadskamer om verantwoordelijkheid nemen? Janneke: “De essentie van wat wij hier doen, is mensen motiveren tot het formuleren van wat zij willen. We bieden geen dagbestedingsactiviteiten aan en zeggen dan: kies maar. We willen dat mensen erachter komen wat hun wensen zijn. De een wil vijf dagen in de week koffie drinken, de ander wil baas van een casino in Las Vegas worden. Als iemand zegt, ik wil de baas zijn van de Stadskamer, dan zeg ik: mooi! Dan ga ik minder werken. Schrijf maar op hoe je daar wilt komen. Dan moet je bijvoorbeeld van de drugs afblijven en je afspraken nakomen. Het gaat erom dat mensen inzien dat iets bereiken betekent dat zij het zelf moeten doen. Wij kunnen het niet voor ze doen. Ze maken zelf hun route van de vraag.”

Op zoek

Er is bij de Stadskamer een duidelijke focus op wat mensen kunnen in plaats van wat ze niet kunnen. Nou is dat terminologie die meer organisaties bezigen: welke organisatie focust in 2017 nog op wat mensen niet kunnen? Maar de praktijk is weerbarstig, zegt Janneke Rijks. De Stadskamer is gestart vanwege haar onvrede met bestaande dagbestedingsactiviteiten. Rijks: “Als je jarenlang meedraait in aanbodgerichte dagbestedingsactiviteiten, dan heb je inmiddels wel de overtuiging dat je niks kunt en erg ziek bent.”

Veneman verhaalt over de situatie dat iemand altijd meedeed in de schilderklas. De eerste pennenstreken kwamen niet gemakkelijk op papier, maar dat deed de begeleider dan gewoon. Dat nu, doen ze bij de Stadskamer niet. Niet dat er geen ondersteuning of begeleiding is. Als iemand naar Werk & Inkomen moet bijvoorbeeld, vanwege een sollicitatieplicht, en komt daar niet uit goed vanwege verslavingsproblematiek, dan gaat er gewoon iemand mee.

Maar in essentie gaan bezoekers op zoek naar wat zij willen. En dus niet op basis van aanbod, zegt Rijks. “Ik zeg vaak, je kunt wat. We moeten alleen op zoek naar wat dat is. Maar dat is eng, want dat zijn ze niet gewend. Ook koffie zetten, wc schoonmaken, boodschappen doen: allemaal taken die hier gedaan moeten worden. Mensen groeien in hun rol en ervaren dat ze werkelijk iets kunnen. Maar de confronterende vraag: wat wil JIJ? Is niet altijd gemakkelijk.” Maar als jij het vandaag minder gezellig vindt in de Stadskamer, dan kun je niet zeggen dat een ander de slingers had moeten ophangen, zegt ze. “Daar gaat het om: we zijn allemaal samen verantwoordelijk voor wat hier gebeurt.” En ja, dan zitten er opeens spijkers in de kozijnen terwijl je dat eigenlijk liever niet hebt, maar loslaten wat er gebeurt, is een groot goed. Rijks: “Deze plek is immers niet van mij, maar van ons allemaal.”

Mensen betrekken

De maandelijkse gesprekken tussen gemeente en Stadskamer gaan bijvoorbeeld over de mensen die bij de Stadskamer over de vloer komen. Initiatiefnemer Janneke Rijks zegt dat ze niet goed zijn in reclame maken, er is geen Facebookpagina waar ze opsomt wat ze allemaal doet. Dus vertelt ze erover in de gesprekken met de gemeente. Naast de focus op wat mensen willen en kunnen, zijn er natuurlijk de nodige kwesties waarmee mensen zich melden. Dat iemand bijvoorbeeld overstuur binnenkwam vanwege een brief die hij niet begreep. Een paar telefoontjes en het is opgelost. Of ruzie met de buren waarbij ze bemiddelen. Of het simpele feit dat je met een ernstige psychiatrische achtergrond nooit weet hoe je opstaat. Rijks: “Een sombere bui kan angstig maken; als het maar niet doorzet, als ik maar niet hoef worden opgenomen.” Dan is er gelukkig gastvrouw Monet die dat zelf ook heeft meegemaakt en nu even een praatje met je kan maken.

Bij de gesprekken tussen gemeente en Stadskamer zijn ze in de fase beland om meer mensen vanuit de gemeente te betrekken. Als vertrouwen ontstaat op basis van persoonlijke contacten in plaats van afgedwongen door regels, dan betekent dat immers dat je lastig op papier kunt overbrengen hoe het zit. Mensen moeten het ervaren. De mensen die met elkaar het verbond zijn aangegaan moeten genoeg in aantal zijn om op te kunnen vangen als er eens iemand weggaat. Veneman zoekt naar een manier om zowel ambtenaren als raadsleden bij de Stadskamer te betrekken. Zo immers kunnen ook zij ervaren hoe de transitie in de praktijk tot bloei komt.

Ze speelden al eens een spel met elkaar. En spel dat door mensen van de ‘villa’,  waar voor het ontstaan van de Stadskamer de verslaafden samenkwamen, is gemaakt. Het spel draait om casussen van mensen die op straat leven, hoe pak je dan verschillende situaties aan? Het spel speelden tien mensen van de gemeente met tien mensen van de straat; over en weer ontstond begrip voor de situatie van de ander. Zo ziet verbinding er dus uit.

Interview door Ellen Kleverlaan

Meer weten


Geplaatst op: 17 februari 2017
Laatst gewijzigd op: 24 februari 2017