NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

Stadskamer Doetinchem: Voorliggend zijn en geen beperkingen of indicaties; financiële kaders scheppen

De Stadskamer is een ongekend succes. Er komen nu al iedere maand meer dan 400 mensen. Daar staat een miljoen euro subsidie tegenover. Omgerekend dus 2500 euro per bezoeker. De Stadskamer biedt ook begeleiding en vergeleken met reguliere dagbesteding is dat niet duur. Maar een aantal van de bezoekers heeft ook nog reguliere dagbesteding vanuit het verleden, en er komen ook mensen die formeel misschien geen dagbesteding nodig hebben. Is dat erg? Saar Veneman van de gemeente: “We vinden het toch ook geen probleem om zowel de bioscoop als het theater te subsidiëren? Daar gaan soms ook dezelfde mensen naartoe. We proberen het langzaam om te zetten, en in onze contracten rekening te houden met deze vrij toegankelijke voorziening.” Bovendien, zegt zij, als mensen langer thuis blijven wonen, is het heel belangrijk dat we eenzaamheid tegengaan. “Dus is het logisch dat we meer mensen bereiken dan voorheen met reguliere dagbesteding.”

Dit is deel 3 van een 3-luik over de Stadskamer Doetinchem. Lees ook deel 1: De Stadskamer Doetinchem: Op zoek naar een waarom van het succes en deel 2: Stadskamer Doetinchem: Vertrouwen en samen sturen, risico’s (durven) nemen en focus op wat je kunt

Transparantie

Hoe bepaal je dan als gemeente wat dit mag kosten? Saar: “Er is in de zorg weinig zicht op reële kosten. Vaak is sprake van een soort schijnveiligheid als we kosten van een traject per persoon afspreken. Iets waar we graag aan vasthouden, maar transparant is het niet. Wij hebben het bij de Stadskamer helemaal omgegooid. Niet een bedrag per persoon afgesproken, maar het bedrag waarvan zij hebben aangegeven dat zij het nodig hebben. De Stadskamer is heel transparant in hun begroting: het is duidelijk waar het geld aan opgaat. Een financiële prikkel om moeilijke of juist makkelijke cliënten te benaderen, is er niet; er is immers geen prijs per persoon.”

Is het voor de gemeente niet nodig om het smart te formuleren? Saar: “Ja dat is wel een discussie. De Stadskamer geeft zelf ook wel aan dat ze een x-aantal dagdelen dagbesteding leveren voor y-euro. En we gaan ook meten. We willen uiteindelijk wel weten hoeveel mensen doorstromen, of dat daarvan bijvoorbeeld geen sprake is en wie de mensen zijn die de Stadskamer bereikt.”

Maar dichttimmeren is niet aan de orde? Saar: “We hebben het over gemeenschapsgeld, dus dat moet je altijd kunnen uitleggen. Wie de Stadskamer bereikt, de doelgroepen, is bijvoorbeeld belangrijk. Maar nee, het is geen p x q – verhaal.”

Doordat Stichting cliënteninitiatieven en Stichting eigen bedreivigheid (ja, die ‘ei’ hoort daar echt) zijn opgegaan in de Stadskamer, biedt de Stadskamer aan de voorheen gescheiden doelgroepen een plek. Te samen met de mensen uit Doetinchem en omstreken, die bijvoorbeeld een poppenhuis komen kopen. Er zijn dus drie directeuren die samen een contract voor één FTE hebben.

De @StadskamerDoet is een voorziening zonder drmepels waar iedereen welkom is click to tweet

Doelgroep

Er is inmiddels wel het een en ander te vertellen over de mensen die er over de vloer komen. Een groot deel van hen heeft een ernstige psychiatrische aandoening (EPA). Mensen soms, die van ver komen. Mensen die wel onder behandeling zijn, maar steeds minder zorg nodig hebben. Omdat ze bij de Stadskamer een taak vervullen of vrijwilligerswerk doen. Dat geldt voor ongeveer de helft van de ruim 400 mensen. Janneke Rijks noemt een aantal namen op. Het zijn nog steeds kwetsbare mensen, met een chronische aandoening. Als er vooruitgang is, dan gaat het geleidelijk.

Mensen die nieuw binnenkomen bij de Stadskamer, benaderen de dertig medewerkers die in dienst zijn vaak zelf; niet iedereen van de ongeveer honderd vrijwilligers kan even goed overbrengen dat het draait om wat de bezoeker zélf wil. Het is bovendien soms ook een lastig verhaal, zegt Janneke Rijks van de Stadskamer. “We hebben niet voor iedereen een oplossing. Maar belangrijkste is dat we het niet voor je gaan bedenken, we gaan met je in gesprek.” Voor de meeste mensen werkt de aanpak. Ongeveer de helft stroomt door naar vrijwilligerswerk binnen of buiten de Stadskamer. Ongeveer een derde is de echte respijtgroep voor wie het wat lastiger is. De stip aan de horizon is dan niet aan de orde. Als iemand over tien jaar nog aan de koffietafel wil zitten, is dat ook een doel.

Onder hen is een deel zorgmijders, een groep die moeilijk benaderbaar is en evenmin hulp wil. Mensen die ook wel door de buren gemeld worden bij de politie vanwege overlast, maar onvindbaar blijken bij de reguliere zorginstellingen. Bij de Stadskamer waaien ze gewoon binnen, daar wel. En behandelaren die naar iemand op zoek zijn? Ze zijn eveneens welkom bij de Stadskamer. Iederéén is er immers welkom. Maar Rijks geeft geen belletje naar de GGZ als zo iemand bij de Stadskamer opduikt. “We zijn een plek waar iedereen zich thuis en veilig moet kunnen voelen.”

winkel stadskamer Doetinchem

100 vrijwilligers

Inmiddels lopen bij de Stadskamer ongeveer honderd vrijwilligers rond. Het liefst noemt iedereen zich vrijwilliger, maar daarover hebben ze met elkaar afspraken gemaakt. Om vrijwilliger te zijn, houd je je aan bepaalde afspraken. Aanwezig zijn als je dat hebt afgesproken, bijvoorbeeld. Tien vrijwilligers hebben een sleutel, zij moeten dus op tijd zijn ’s morgens om de deur te openen. Een extra verantwoordelijkheid.

De stap naar betaald werk blijkt voor veel mensen ingewikkeld, maar er zijn inmiddels enkele vrijwilligers die die stap hebben genomen. Inclusief de verantwoordelijkheden die daarbij horen. Het is een cruciale stap, zegt Rijks. “Bevind je je in een situatie waar men toch op de een of andere manier voor je zorgt, dan is er veel meer vergevingsgezindheid ten aanzien van wat je doet en hoe je je gedraagt. “Ik gun het mensen zo dat ze een stapje zetten, zegt Rijks, “maar voor veel mensen hier is het al heel hard werken om hun leven te leiden zoals ze dat doen.”

Als mensen elders betaald of vrijwilligerswerk gaan doen, betekent dat echter niet dat mensen niet meer welkom zijn bij de Stadskamer. Ook dat is een belangrijk verschil met veel andere initiatieven in het land. De Stadskamer is er immers voor iedereen. Rijks: “Het is voor mensen ook fijn dat ze ervaren er goed aan toe te zijn. Maar we stimuleren enorm om bijvoorbeeld ook een ochtend gastvrouw te zijn in het verzorgingshuis. Dat is echter geen reden om dan niet meer bij de Stadskamer te mogen komen.”

Voorliggend

Hoe kan dat? Janneke: “Omdat we voorliggend zijn. We werken niet met indicaties, we zijn een 0-delijns voorziening, een voorziening zonder drempels. We willen belangeloos met mensen in gesprek, adviseren en hen begeleiden. Dat kan niet als sprake is van een zakje met geld dat mensen al dan niet meenemen.”

Wat gebeurt er dan als iemand elders toch niet op zijn plek daar blijkt te zijn? Janneke: “Bij een re-integratietraject laat je mensen los. Als je dan terugvalt, ben je in feite weer terug bij af. Bij ons haak je gewoon weer aan. Is het niet gelukt? Maar wat zou je wel kunnen? Daar gaat het bij ons om. Ook als het niet lukt om verantwoordelijk te zijn voor de sleutel, dan betekent dat niet dat je niet meer welkom bent. Dan gaan we nieuwe afspraken met je maken en zien of dat dan wel lukt.”

Maatschappelijk evenwicht

Denk je dat mensen in de toekomst activiteiten in het reguliere maatschappelijke domein doen? Janneke: “Nu al gebeurt het dat activiteiten van elders ook hier plaatsvinden. Dan spreek ik af dat in ruil daarvoor enkele mensen vanuit de Stadskamer mogen meedoen. Maar van hier naar het buurthuis is nog wel een heel traject. De maatschappij is er wellicht niet klaar voor. Niet iedereen zit erop te wachten om op zijn vrije dag tussen mensen te zitten die dingen zeggen of doen waardoor je je misschien minder op je gemak voelt.”

Saar Veneman legt uit dat ze in feite met elkaar naar een soort maatschappelijk evenwicht zoeken, waarin ruimte is voor iedereen. Wat we niet meer willen, is mensen wegmoffelen, ze uit het straatbeeld halen. Veneman: “Een plek als dit is niet voor niks midden in de stad, zodat mensen uit verschillende werelden elkaar ontmoeten.” Rijks heeft haar eenzame buurvrouw hier mee naartoe genomen. En er komen inmiddels mensen die hiervoor iedere dag naar de huisarts gingen voor een praatje over hun eenzaamheid. Schrijnend, zegt Rijks. “Maar nu hebben ze elkaar gevonden en komen ze hier een praatje doen.”

Rijks heeft steeds minder gesprekken over koffie die op is en wat nu. Er is altijd wel iemand die koffie kan zetten en dat ook doet. De kunst blijft de juiste vragen te stellen zodat mensen in beweging komen. Voor koffie, of om te gaan doen wat ze in hun hart het liefste willen doen. Hoe succesvoller de Stadskamer zal zijn, hoe meer mensen waarschijnlijk zullen uitstromen naar andere plekken. Dat betekent dat de doelgroep er niet gemakkelijker op zal worden. Ja, er zal waarschijnlijk een groep blijven voor wie toch extra begeleiding nodig is. De geholpen moeten worden om het leven te leven.

Opheffingsfeest

Toch wil de Stadskamer zichzelf overbodig maken. Rijks kan zich geen groter feest voorstellen dan het opheffingsfeest omdat ze niet meer nodig zijn. Dat er overal in de stad plekken zijn waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en er met elkaar de scepter zwaaien. Voorliggende plekken dus, waar iedereen welkom is. Maar die dus niks te maken hebben met de formele zorg. Plekken waar de leefwereld en systeemwereld samenvloeien, om nog maar eens termen uit de formele zorg te benoemen. Saar Veneman denkt dat de werelden elkaar ergens halverwege gaan ontmoeten. Ook dan is het doel bereikt.

Interview door Ellen Kleverlaan

Meer weten


Geplaatst op: 24 februari 2017
Laatst gewijzigd op: 23 maart 2017