NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

Stigma verminderen met de nieuwe Generieke module Destigmatisering

Om stigma rond psychische aandoeningen te verminderen is meer nodig dan het voeren van campagnes. Het is belangrijk dat destigmatisering structureel wordt ingebed in het zorgtraject. Hiervoor biedt de nieuwe Generieke module Destigmatisering handvatten. “Eigenlijk ligt het erg voor de hand als het gaat om het verminderen van stigma: wees je ervan bewust, praat erover met elkaar en weet dat je wat aan stigma kunt doen.”

De gevolgen van stigma zijn groot en raken alle aspecten van het leven. Vele studies wijzen uit dat (zelf)stigmatisering niet alleen ernstige angst tot gevolg kan hebben, maar ook werkloosheid, inkomensverlies, een klein sociaal netwerk, een lage zelfachting, een geringe kwaliteit van leven, depressieve symptomen, demoralisatie en vermijden van professionele hulp. Jaap van Weeghel, directeur wetenschap bij Kenniscentrum Phrenos: “Wat er bijvoorbeeld gebeurt, is dat mensen met psychische problemen anticiperen op afwijzing. Van te voren bedenken zij dat ze door hun omgeving worden afgewezen, en daardoor stoppen ze op een bepaald moment om het nog te proberen. Ze trekken zich dus terug, isoleren zich, en zo komen ze in een neerwaartse spiraal.”

Onbedoeld stigmatiseren

De urgentie van het thema is hoog, vindt ook Martijn Kole, adviseur Raad van Bestuur bij Lister en als ervaringsdeskundige betrokken bij de ontwikkeling van de Generieke module Destigmatisering. “We krijgen niet goed grip op stigma in de psychiatrie. Daarom heeft het onderwerp permanent de aandacht nodig. Binnen de ggz is er nog weinig kennis aanwezig. Stigma zit in vele facetten, en omdat men zich daar niet altijd bewust van is, wordt er ook onbedoeld veel aan stigmatisering gedaan. Ik denk bijvoorbeeld aan een campagne waarin gewezen werd op een hulplijn voor vragen over een bepaalde aandoening. De mensen waar het om ging werden als aparte groep neergezet, en andere mensen konden bellen om óver hen te praten in plaats van mét hen. Goed bedoeld, maar ik kan me daar zo aan ergeren.”

Juist in de ggz

De generieke module gaat in op verschillende soorten stigma, zoals publiek stigma (stigmatisering vanuit de maatschappij) en zelfstigma, waarbij personen in kwestie de negatieve oordelen van anderen hebben verinnerlijkt. Psychiater Victor Vladár Rivero: “Het draagvlak om stigma aan te pakken is groot, maar het is wel een uitdaging om met elkaar een goede weg te vinden in het verminderen van stigma. Er zijn nog veel vragen over de juiste aanpak, en over wat men er in het zorgproces aan kan doen. De module biedt hiervoor handvatten.” Vladár Rivero is voorzitter van de organisatie Samen Sterk Zonder Stigma en voorzitter van de werkgroep die de generieke module heeft ontwikkeld. Volgens hem begint het met bewustwording bij de behandelaren en instellingen en het er onderling over hebben. “Behandelaren staan te weinig stil bij de vraag of zij zelf al dan niet onbewust stigmatiseren. Daardoor pakken zij ook hun rol niet, want juist vanuit de ggz kan men iets aan stigmatisering doen, dat wil zeggen: patiënt, naaste en behandelaar gezamenlijk. Het moet een intrinsieke waarde worden in elke instelling om stigma te verminderen. Door in de behandeling geen aandacht te besteden aan stigma, onthouden behandelaars patiënten van iets wat helpt. Daar waar vooroordelen zijn, kan je er altijd iets aan doen.”

Weten wat werkt

Van Weeghel benadrukt: “Destigmatisering is niet alleen een kwestie van goede wil, het vergt ook kennis. Je moet eerst weten wat effectieve methoden zijn om stigma te kunnen doorbreken. Deze module benoemt enkele veelbelovende interventies om zelfstigma en stigma in de hulpverlening te bestrijden. Bijvoorbeeld: uit onderzoek weten we dat mensen met psychische problematiek veel problemen ervaren rond stigma bij sollicitaties. Wat vertel je wel en wat niet, aan wie en op welk moment? Het beslissingshulpmiddel CORAL (conceal or reveal) helpt patiënten stap voor stap om te beslissen wanneer en wat ze vertellen over hun psychische aandoening. Dat is voor iedereen anders; persoonlijke overwegingen spelen een belangrijke rol.”

Meerdere niveaus

In de generieke module wordt ingegaan op de rol van de patiënt, diens familie en omgeving, en de hulpverlening. In de module zit een methodiek waarmee men op het niveau van instelling of afdeling in gesprek kan met patiënt of ervaringsdeskundige rond de vraag wat hij of zij meemaakt, dat het genezingsproces belemmert. Aan de hand daarvan stel je samen een plan op, dat je vervolgens evalueert. “Denk bijvoorbeeld aan een patiënt die zich schuldig voelt om de stoornis die hij heeft. Als je daar geen aandacht aan besteedt, dan heeft dat consequenties voor het herstel.” Denk ook aan reacties uit de omgeving en hoe men daarmee om kan gaan. De primaire taak voor behandelaren is het leveren van goede zorg, zoals die wordt beschreven in alle zorgstandaarden. “Maar goede zorg houdt ook in dat je op behandelniveau stigma bespreekbaar maakt”, aldus Vladár Rivero. De module biedt tevens handvatten voor professionals werkzaam in een andere setting zoals de vrijgevestigde praktijk. De volgende stap is om vanuit de ggz samen met ervaringsdeskundigen en patiënten een brug te slaan naar andere domeinen om stigma te verminderen, door het ook daar te bespreken. Zoals in het contact met de politie of de gemeenteambtenaar.

Persoon-georiënteerd

Kole: “Het hele huidige systeem van zorgverlening gaat uit van de stoornis van het individu, zoals vermeld in de DSM-V. Uiteraard is het goed om een zorgvuldige diagnose te stellen, maar door die voorop te zetten wordt de stoornis het statische beeld waar de behandelaar van uitgaat. Wat helpt bij het tegengaan van stigma, is als de behandeling meer persoon-georiënteerd wordt in plaats van diagnose georiënteerd.” Volgens Kole staat het professionele referentiekader van behandelaren vaak in de weg en zou het helpen als zij heel simpel beginnen met zichzelf de vraag stellen: ‘Zou ik degene kunnen zijn die nu tegenover me zit en als dat zo is, hoe zou ik dan benaderd willen worden?’

Belangrijke stap

Tijdens het ontwikkelproces van de module waren in de werkgroep zelf ook diverse verhelderende momenten. Tijdens zo’n gesprek werden mensen zich bewust van ervaringen waarbij stigma een rol speelde. Vladár Rivero concludeert: “Daarmee is al een belangrijke stap gezet. We hebben door de ontwikkeling van deze module alleen al zoveel mensen bereikt. De module zelf biedt handvatten, maar het belangrijkste is het besef dat stigma bestaat en dat iedereen ermee aan de slag kan en moet. Open vooral het gesprek!”

Bron: kwaliteitsontwikkeling ggz

Meer weten


Geplaatst op: 30 maart 2017
Laatst gewijzigd op: 30 maart 2017