NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

In Doetinchem zoeken Stadskamer en Gemeente naar structurele financiering

Op donderdag 14 september 2017 vond de masterclass over Duurzame financiering plaats. Vier samenwerkingsinitiatieven van het programma Nieuwe wegen ggz en opvang presenteerden welke financiering zij hebben gevonden, naar welke duurzame financiering zij op zoek zijn en hoe en met wie zij dit doen. Wendy van Beek – Beleidsadviseur sociaal domein gemeente Doetinchem en Everdien Boesveld – Directeur-bestuurder Stichting Stadskamer gaven een presentatie over de Stadskamer Doetinchem – Ontschotten en verbinden: (arbeidsmatige) dagbesteding, participatie en meer!.

De Stadskamer is een voorliggende voorziening in Doetinchem. Drie personen vanuit verschillende organisaties vonden elkaar in een andere kijk op dagbesteding: Stichting cliëntinitiatieven, Stichting eigen Bedreivigheid (de Villa – OGGZ, dak- en thuislozen) en GGnet. Wat moest anders?  Dat je, om mee te doen met organisaties als deze, eerst een etiketje opgeplakt moest krijgen. ‘Meedoen met de maatschappij’ vroeg dus om eerst een indicatie, dan pas kon je deelnemen en daar wilde men vanaf.  Verder was een belangrijke andere visie op de bestaande dagbesteding dat mensen zelf invulling geven aan de dagbesteding. De rol van de professional is geheel gekanteld. Mensen die meedoen zijn zelf aan zet.

Toen ze in 2014 subsidie kregen van de gemeenten, hadden ze groen licht voor de 2 A4tjes waarop ze hadden geschreven wat er dan anders moest. Vanaf het moment dat ze de deuren openzetten, kwamen er mensen. Uit de verschillende doelgroepen, dwars door elkaar heen. Ze hadden ook niet gewacht dat met het openen van de deuren alles af was, maar vanaf de eerste verfstreek zijn mensen welkom geweest.

De gemeente Doetinchem sprak het aan dat er drie vrouwen achter het initiatief stonden met ieder een passie voor wat ze gingen doen. Bovendien werd het plan niet eerst in beton gegoten of werd er oeverloos over gepraat.

GGnet vond al dat dagbesteding niet hun core business was, en vroeg de Stadskamer haar dagbesteding over te nemen. Maar: de visie op dagbesteding van de Stadskamer is fundamenteel anders dan reguliere dagbesteding. Er ontstaat een nuldelijnsvoorziening. Mensen helpen elkaar, met verhuizen, gaan samen op vakantie.

Dagbesteding

Enkele kenmerken van ‘dagbesteding’ bij de Stadskamer

  • Mensen organiseren hun eigen daginvulling. Er is wel altijd een professional aanwezig die mensen aanspreekt. Er is heel weinig begeleiding. Ongeveer 1 op de 30 mensen. Dat betekent dus ook als je mee wilt doen, dan moet je zelf aan de bak. De deelnemers helpen elkaar.
  • Nog een voorbeeld: een mevrouw die vroeger een bloemisterij had en daarna een periode met zware zorg doormaakte. Nu organiseert ze iedere week een workshop. En dat regelt ze zelf, van bloemen tot de prijs die de deelnemers betalen; doordat zij uit de doelgroep komt, trekt ze mensen mee.
  • Er ontstaat van alles. Er is een klankbordgroep politiek bijvoorbeeld.
  • Het jaarverslag is geschreven door iemand die zich bezig houdt met communicatie. Er kan dus van alles.
  • Er zijn ook herstelgerichte activiteiten, lessen in geluk bijvoorbeeld.
  • Er is ook arbeidsmatige dagbesteding: werken met hout of fietsen maken.

Er komen jaarlijks 400 mensen over de vloer. De gemeente zegt: het is een algemene voorziening, voorliggend, geen maatwerk. Daardoor zien we dat er meer kwetsbare mensen zijn dan gedacht. Ze hadden vooraf niet gedacht dat er zoveel mensen op af zouden komen.

De gemeente Doetinchem zegt dat er naast de Stadskamer nog steeds veel organisaties zijn in Doetinchem die maatwerk leveren en daarvoor een contract hebben met de gemeente. Idealiter gaan die organisaties deelnemen in de Stadskamer, zeggen zowel gemeente als Stadskamer.

Idealiter gaan mensen, nadat ze binnenkomen via zo’n laagdrempelige voorziening als de Stadskamer, daarna door naar een organisatie voor een maatwerktraject om die volgende stap te zetten. Maar dat gebeurt nog te weinig. GGnet leidt bijvoorbeeld ervaringsdeskundigen op voor hun FACT-teams, daar wil de Stadskamer graag bij aansluiten; zij hebben immers die ervaringsdeskundigen die een rol van betekenis kunnen spelen. Maar de samenwerking komt nog niet goed op gang. Terwijl je elkaar over en weer positief kunt beïnvloeden.

Monitoren

Bij de gemeente is de discussie ondertussen ook weer een volgende fase ingegaan. De gemeenteraad wil antwoord op de volgende vragen.

  • Voor wie is de Stadskamer?
  • Realiseren we wat we willen realiseren?
  • Doen we geen dingen dubbel in Doetinchem?
  • Is er een verschuiving van de 3e lijns zorg naar de 2e naar de 1e?
  • En: is het eigenlijk erg als er dingen dubbel gebeuren?

Om hierop antwoorden te krijgen, gaat de gemeente monitoren. Saillant is natuurlijk dat we bij de buurthuizen niet meer monitoren wie er komt en wat ze er komen doen, maar bij de Stadskamer dus wel.

Een andere kwestie is dat er mensen uit andere gemeenten naar de Stadskamer komen, terwijl de financiën door de gemeente Doetinchem worden opgehoest. Met sommige gemeenten zijn daar goede afspraken over te maken, met andere niet. Er zijn ook mensen met verward gedrag die bijvoorbeeld zorg mijden en niet vertellen waar ze vandaan komen. Dat moet wel kunnen bij de Stadskamer.

‘Eigenlijk wil je dat alle mensen met een visie op het sociaal domein bij elkaar gaan zitten en zo met elkaar bepalen wat er moet gebeuren, vinden beiden.’

Ontschotten

Eigenlijk wil je dat alle mensen met een visie op het sociaal domein bij elkaar gaan zitten en zo met elkaar bepalen wat er moet gebeuren, vinden beiden. Dan kun je van daaruit gaan ontschotten: de financiering volgt het individu. Nu komt het totaalbedrag nog steeds uit verschillende potjes. Van dagbesteding, van vergoeding voor vrijwilligers en een beetje hier en daar vandaan geschraapt. Ook de OGGZ is erbij betrokken, want daar zitten raakvlakken.

Ontschotten gebeurt op verschillende plekken binnen de gemeente, maar: de systeemwereld is lastig. Er is bijvoorbeeld veel schuldenproblematiek bij deze doelgroep, dat voor veel stress zorgt. Daardoor kan iemand zich meestal moeilijk op andere dingen concentreren. De schulden, maar ook de regels, werken belemmerend voor het proces om verder te komen. Waar het lukt om bijvoorbeeld 2 jaar de tijd te nemen voor een ontwikkelproces, daar zie je soms hoe iemand in een flow raakt en stappen gaat zetten. Van een bang vogeltje naar een mens die zijn vleugels uitslaat. Maar dat is dus heel lastig meetbaar. Hoe breng je dat in kaart?

Of die man die in eerste instantie binnenkwam, onwelriekend en het hoogste woord voerend. Nu, na 5 jaar: neemt hij deel aan een groepsgesprek en heeft frisse kleren aan. Dat gebeurt wel degelijk, maar duurt lang. Het is lastig om al dit soort situaties in kaart te brengen en daarmee aan te tonen dat de Stadskamer ‘werkt’.

Zorgverzekeraar(s)

De structurele financiering hoeft niet perse alleen door de gemeente(n) worden opgebracht. Ook de zorgverzekeraar zou moeten bijdragen, vindt men, omdat ook sprake is van mantelzorg en dagbesteding (via DBC) voor mensen die eigenlijk niet uit WMO maar uit Wlz zouden moeten gefinancierd. Bijvoorbeeld mensen met een Ernstig Psychiatrische Aandoening. Maar het maken van afspraken is voor Stadskamer en gemeente lastig. Althans, een afspraak maken lukt tegenwoordig wel, maar financiële afspraken maken: dat is een ander verhaal. Omdat de Stadskamer ook levert, is dit echter belangrijk.

Recentelijk heeft de Stadskamer van zorgverzekeraar VGZ voor het thema leefstijl 25.000 euro ontvangen in de categorie cliëntorganisaties. Ze gaan het inzetten voor preventie: goed voor jezelf zorgen, kan veel voor de mensen betekenen. Brood bakken, soep maken, er een gewoonte van maken om zodra je binnenkomt bij de Stadskamer gezond te eten: de mogelijkheden zijn legio.

Gemeten resultaten

  • Uit de globale cijfers kunnen ze al concluderen dat voorheen een klant dagbesteding gemiddeld tussen de 5.000 en 7.500 per jaar kostte. Bij de Stadskamer 2.500 euro. Wat ze realiseren is dagbesteding, laagdrempelige opvang en toeleiding naar participatie.
  • En: GGNet heeft nu alleen nog dagbesteding op het eigen terrein, maar niet meer in de wijken. Dat doet de Stadskamer immers.
  • Er komen veel mensen met relatief zware problematiek en ook beschermd wonen naar de Stadskamer. Ook dat hadden ze niet verwacht.
  • Ook worden andere ‘Stadskamers’ in andere gemeenten gestart. Onder andere in de gemeenten Oost-Gelre en Montferland.

Verslag door: Ellen Kleverlaan

Meer weten


Geplaatst op: 26 september 2017
Laatst gewijzigd op: 26 september 2017