NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

Proeftuin Blauwe Zorg – Maastricht/Heuvelland

Op donderdag 14 september 2017 vond de masterclass over Duurzame financiering plaats. Vier samenwerkingsinitiatieven van het programma Nieuwe wegen ggz en opvang presenteerden welke financiering zij hebben gevonden, naar welke duurzame financiering zij op zoek zijn en hoe en met wie zij dit doen. Rob Dokter – Innovatiemanager VGZ en Bart Bongers – Manager GGZ ZIO, projectleider Blauwe Zorg/Nieuwe GGZ in de wijk gaven een presentatie over de Proeftuin Blauwe zorg.

Onder de noemer Blauwe Zorg wordt geëxperimenteerd met nieuwe vormen van zorg, waarbij de doelstelling altijd drievoudig is: een verandering van gedrag van de gebruikers van zorg, een verandering van gedrag van zorgprofessionals en een verandering van het systeem.

Het project Blauwe Zorg in Maastricht/Heuvelland is een van de landelijke proeftuinen van het ministerie van VWS voor zorginnovatie. Onder de noemer Blauwe Zorg wordt geëxperimenteerd met nieuwe vormen van zorg, waarbij de doelstelling altijd drievoudig is: een verandering van gedrag van de gebruikers van zorg, een verandering van gedrag van zorgprofessionals en een verandering van het systeem. Op die basis wordt ernaar gestreefd de zorg kwalitatief optimaal te laten zijn, gericht op de klant en kosteneffectief. Het is een traject dat wordt vormgegeven in samenwerking met zorgverzekeraar VGZ, die voor deze drievoudige doelstelling de benaming zinnige zorg hanteert. De zorgverzekeraar is in dit proces niet voorschrijvend maar faciliterend.

Flexibiliteit en samenwerking

Zinnige zorg nastreven is een proces van voortdurende vernieuwing, het vraagt om een flexibel bouwwerk waarin samenwerking centraal staat. De onderlegger is positieve gezondheid, zoals gedefinieerd door Machteld Huber. Iedereen die een rol speelt in het proces, wordt in dit gedachtegoed geschoold. Dit is essentieel, omdat anders het risico bestaat dat iedereen zijn eigen invulling geeft aan het begrip. Dan kan het gebeuren dat werk dubbel wordt gedaan of dat zaken blijven liggen. Een praktisch voorbeeld van het laatste speelde zich af rond een vrouw die na revalidatie voor een hersenbloeding weer terugkeerde naar haar woning. Ze kreeg daar ondersteuning van meerdere hulpverleners, maar coördinatie ontbrak. De fysiotherapeut ging niet oefenen met traplopen, omdat traplopen door de rotzooi die overal in huis lag onverantwoord zou zijn voor de vrouw. De thuishulp krijgt het huis niet schoon omdat het overal een rotzooi is, met als gevolg dat de doucheruimte met schimmel overdekt is. Afstemming over de uiteenlopende aspecten van de hulpvraag is dus essentieel om te zorgen dat de vrouw haar zelfstandigheid kan terugvinden.

Aandacht voor financiering

Financiering is een onderwerp van voortdurende aandacht, want die komt voor de proeftuin Blauwe Zorg deels van de provincie, deels van de gemeente en deels van VGZ.

Een van de onderdelen van de proeftuin – met een looptijd van 2016 tot 2021 – is een pilot om in vier kleine wijken het gezondheidsniveau van de bewoners structureel te verbeteren. Hiervoor zijn niet alleen de professionals aan zet, maar moeten ook de inwoners worden bereikt om zelf actief te worden voor het realiseren van dit doel. De drie partijen financieren deze pilot, en aanvullende financiering van ZonMw geeft de ruimte voor onderzoek om de effecten van de pilot in kaart te brengen.

Een ander voorbeeld van de ontwikkeling die in de regio in gang is gezet, is de koppeling van het ambulante GGZ-team aan het welzijnsteam, om zo samen met de huisartsen een cirkel rondom de patiënt te creëren. Een proces dat alle betrokken partijen in eerste aanleg als moeilijk ervaren, maar waarvan ze wel allemaal het belang zien als middel om te komen tot herstelgerichte zorg. Ervaringsdeskundigen spelen in dit proces een duidelijke rol.

Kennis delen

Een van de grootste kostenposten in de zorg in de regio is de GGZ. Dus is een pilot opgezet in samenwerking tussen de gemeente, de GGZ-aanbieders en andere betrokken partijen zoals het Leger des Heils, met als doel tot minder GGZ-escalaties te komen. VGZ wil graag dat de kennis die hiermee wordt opgedaan wordt gedeeld, zodat dezelfde aanpak ook in andere gemeenten kan worden benut. Het beseft dat dit alleen werkt als het de partijen zelf aan het woord laat om te vertellen wat ze hebben gedaan en wat dit oplevert. Het beseft ook dat het andere gemeenten niet altijd zal lukken om de aanpak uit de pilot een-op-een over te nemen. Iedere gemeente kent immers zijn eigen aanpak en zijn eigen samenwerkingsverbanden met aanbieders.

Toch kunnen natuurlijk wel lessen worden geleerd die voor andere partijen waardevol zijn. Bijvoorbeeld uit de integrale eerstelijns financiering voor de GGZ waarmee in Eindhoven wordt gewerkt. De integrale financiering maakt het voor de zorgaanbieders mogelijk om vraaggericht te werken. Dit leidt ertoe dat mensen makkelijker gebruik maken van de generalistische basis-GGZ, maar ook van alternatieve oplossingen die bijvoorbeeld eHealth-toepassingen kunnen bieden.

De kosten delen

Een ander interessant voorbeeld is de leertuin met GGZ-aanbieder Vincent van Gogh. Van Gogh heeft van VGZ een contract met een looptijd van vijf jaar gekregen. Doel is extramuralisatie van GGZ-zorg te bewerkstelligen, waarbij Van Gogh door VGZ wordt gecompenseerd voor de omzetval die hiervan het gevolg is.

Weer een ander voorbeeld is de samenwerking tussen VGZ en de gemeenten Rotterdam en Den Haag om de zorg zo goed mogelijk in te richten. Als voor één patiënt vier jaar aaneen een ton per jaar wordt besteed aan zorg en nog eens een ton aan maatschappelijke ondersteuning, is duidelijk dat dit ook anders – en tegen lagere kosten – kan. Als de aanpak die hiervoor nodig is betekent dat een deel van de financiering dat nu bij de gemeente ligt verschuift naar de zorgverzekeraar of andersom, accepteren beide partijen dat van elkaar. Dit betekent dat binnen de bestaande wet- en regelgeving naar creatieve oplossingen moet worden gezocht, maar die blijken vaker voorhanden dan mensen zich doorgaans realiseren.

Binnen de bestaande wet- en regelgeving moet naar creatieve oplossingen worden gezocht, maar die blijken vaker voorhanden dan mensen zich doorgaans realiseren.

Naar structurele financiering

Financiering is voor alle genoemde projecten mogelijk gebleken, maar het risico bestaat natuurlijk dat die financiering ook strikt tot de projectperiode beperkt blijft en dus niet structureel wordt. De vraag hoe wel tot structurele financiering kan worden gekomen, werd in deze deelsessie teruggespeeld naar de deelnemers. Een groep deelnemers stelde voor alle burgers een digitaal budget te geven vrij te besteden aan preventie. Een andere groep kwam met het voorstel een bedrag per wijk beschikbaar te stellen, rekening houdend met de demografische kenmerken van die wijk. Het budget dient minimaal voor vijf jaar beschikbaar te worden gesteld, om de beoogde ontschotting de gelegenheid te geven om zich te ontwikkelen. Behaalt een wijk de beoogde doelstellingen en blijft daarbij een deel van het beschikbaar gestelde budget over, dan mag dit worden aangewend voor verbetering van de wijk.

Verslag door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 26 september 2017
Laatst gewijzigd op: 26 september 2017