NIEUWEWEGENGGZENOPVANG

Verslag Monitoringsbijeenkomst – 6 april 2017

Op 6 april 2017 vond in Utrecht de bijeenkomst over monitoren plaats. Programmaleider Marie-Antoinette Bäckes opende de bijeenkomst met een toelichting op het belang van monitoring. “Monitoring gaat over het ‘zichtbaar’ maken van opgedane inzichten en resultaten. Niet alleen ten behoeve van de individuele projecten, maar ook collectief: wat hebben we met elkaar in dit project tot stand gebracht?”

Wat kan je voor je eigen project doen aan monitoring:

  • Procesmonitoring:
    • Tijdlijnmethode: vastleggen verloop, reflectiemomenten: wat gaf energie, wanneer vielen er kwartjes, wat hebben we geleerd van zaken die niet verliepen zoals we wilden
    • Logboek bijhouden
  • Casusbeschrijvingen
    • Persona’s,
    • Cliëntverhalen,
    • Echt uitdiepen welke interventies er gedaan zijn en dat helemaal documenteren wat dat hen dan oplevert
  • Effectencalculator

Wat doet het programma?

Wat doen we als programma aan monitoring van het geheel? Op basis van rapport Dannenberg: 8 condities voor sociale inclusie brengen we van alle projecten in beeld hoe zij hieraan bijdragen. Wat voor inzichten dit heeft opgeleverd en wat wel en niet werkt. Dit wordt aan het einde van het project (maart 2018) via waarschijnlijk een e-magazine en een eindcongres zichtbaar gemaakt. Niet alleen richting projecten en de eigen sector, maar ook richting het Ministerie van VWS, VNG, zorgverzekeraars en politiek / samenleving.

8 Condities voor sociale cohesie (Dannenberg)

  1. Versterken van zelfmanagement, ervaringsdeskundigheid en informele zorg
  2. Garanderen van langdurige begeleiding met flexibele intensiteit
  3. Ondersteuningscontinuüm voor herstel en participatie
  4. Een breed arsenaal van woonvarianten
  5. Beschikbare en betaalbare wooneenheden
  6. Laagdrempelige toegang tot zorgfuncties
  7. Duurzaam samenwerken tussen gemeenten en zorgverzekeraars
  8. Borgen van kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning

Voorstelronde

De deelnemers aan de bijeenkomst monitoring stelden zich voor in een voorstelronde:

  • WijCK Wonen: Woongemeenschap waarin zowel cliënten als niet-cliënten door elkaar heen wonen en met elkaar het beheer van de voorziening regelen. Proces volgens vanaf ontwikkeling totdat cliënten er ongeveer 1 jaar hebben gewoond. Kwalitatief onderzoek: cliënten individueel spreken, actieonderzoek: bevindingen terugkoppelen naar projectgroep om papieren concept bij te kunnen stellen op basis van de praktijk. Kijken wat effecten van zelfstandig wonen in woongroep doet voor cliënten zelf en voor hun medebewoners.
  • Eigenaar van Vraag en Aanbod (E.V.A.): Anders leren aankijken tegen dak- en thuislozen. Mensen echt eigenaar van hun eigen leven laten worden. Inspiratiebijeenkomsten, volgen individuele cliënten, presentiebenadering en procesmonitoring worden gebruikt. Ook zijn ze aangesloten bij Montra (monitoring van projecten in maatschappelijke zorg; Judith Wolf): technocratische vorm van monitoring: meten van positieve gezondheid: krachtgerichte benadering en zelfregulering.
  • Preventie en uitstroom in de Lekstroom: Wat kunnen de Lekstroomregio (kleine randgemeenten) doen aan preventie, zodat mensen niet dakloos worden en huisuitzettingen voorkomen worden. Vanuit crisisopvang IJsselstein meteen terug naar eigen lokale gemeente. Casusbeschrijvingen: zicht krijgen hoe de route is die de cliënt aflegt. Interesse in effectencalculator
  • Proeftuin cliëntondersteuning GGz Apeldoorn: Op cliëntniveau meting opbrengst (kwantitatief) via evaluatieformulieren die ervaringswerker, cliënt en professional samen invullen (start en eindmeting). Vraag: zijn kosten in verhouding tot opbrengsten? Eventueel effectencalculator? Verder gebruiken ze casusbeschrijvingen in verantwoordingsverslagen.
  • Brede inloopvoorziening+ Brunssum: Inloop plus in Brunssum zowel geïndiceerde als niet geïndiceerde inwoners. Tijdlijnmethode. ZRM wordt ook gebruikt. Misschien ook effectencalculator.
  • De Opstarter: Een toolbox om mensen hun droom te laten verwerkelijken. Learning by doing, papieren concepten worden uitgeprobeerd met 5 cliënten. Gebruiken NEL en Utrechtse coping lijst: werkt het? Ook logboek door projectleider en door de deelnemers. Binnenkort ook casusbeschrijvingen.
  • De Dorpskamer: Een dorpskamer waarin allerlei maatschappelijk betrokken partners samenkomen inclusief inloop/participatie ggz-cliënten. Nu: logboek over het proces. Als het er zit: meten wat het effect is voor de cliënten. O.a. kwantitatief met herstelschalen e.d. maar ook kwalitatief: cliënten volgen en beschrijven. Ook nu al zien we dat cliënten door het feit dat er beweging komt, meer zelfstandig actief worden, dat gaan ze ook zichtbaar maken
  • Begeleid leren: Cosis begeleid leren waarbij een aantal jongvolwassenen worden gevolgd. Casusbeschrijvingen en videomateriaal interviews met clienten analyseren.
  • Regionale Herstelacademie: Zijn nu op zoek naar vierkante meters, willen graag casusbeschrijvingen en effectencalculator
  • Participatie en herstel in Leiden.o e.: Preventie in wijk Meerburg samenwerken met veel verschillende betrokken partijen om mensen in beeld te krijgen en te laten participeren in de wijk. Nu: kwalitatieve meting proces samenwerking. Vragenlijst over samenwerking die er al is en wat nog nodig is.
  • Netwerk HET: Samenwerking om aanbod ervaringsdeskundigen zichtbaar maken. Resultaten zijn producten zoals website, bijeenkomsten, uitbreiding netwerk. Bijhouden wat er gedaan wordt.
  • Digitaal platform herstel:  Met diverse organisaties een digitaal platform Herstel Werkt oprichten. Doen nog niet echt aan monitoring, nog in de planning. Nu al ideeën opgedaan zoals bezoekersaantallen website.
  • Psynet: digitaal platform tussen hulpverleners. Proceslogboek bijhouden, filmpje met ZonMW zichtbaar maken hoe cliënt en hulpverlener hiervan profiteren, promotieonderzoek Niels Zwicker: longitudinaal onderzoek: nieuwe gebruikers van Psynet 9 maanden volgen: wat doen ze op het platform, evaluatie met behulp van MIDI van TNO (determinanten innovatie).
  • De boerderij – nieuwe vormen van participatie: 2 mensen uit de gaan bewegen tot participatie/actief worden. Tijdlijnmethode, logboek, casusbeschrijvingen.
  • Herstel en participatie: samenwerkingsverband om herstel toegankelijk te maken voor iedereen. Ervaringsdeskundigen inzetten om mensen daarin te ondersteunen.  Met name zichtbaar maken van wat er gedaan wordt via cijfers (hoeveel uren ondersteuning) en casusbeschrijvingen. En resultaten laten zien aan samenwerkingspartners. Zoekt nog structuur hierin.
  • Buut Vrij in Noord-Holland: Doorontwikkelen respijtzorg ism Buutvrij en Vriendggz. Onderzoeken hoe we met inzet van ervaringswerkers respijtzorg kunnen vormgeven. Welke vorm van samenwerking is daarbij aan de orde. Plan is nu klaar, willen we graag onderzoek naar effect op herstelgevoel cliënten.
  • Beschermd wonen in de wijk vanuit een integraal en creatief perspectief: In kaart brengen (van deur tot deur) van kwetsbaarheden en krachten en daarop aansluitend de wijk mobiliseren, bv appnetwerk rondom cliënt, kleine time out voorziening (2 plekken). Monitoren is nog niet aan de orde geweest.

Goede aansluiting

Na de voorstelronde gaf Bellis van den Berg een presentatie over meten en monitoren. Volgens haar is het belangrijk dat de methode goed aansluit bij de vraag én bij de eigenaar van de vraag. Wat wil je bereiken met het monitoren, waar moet het aan bijdragen? Voor wie zijn die opbrengsten belangrijk? Betrek zover mogelijk ook degenen die iets moeten hebben aan de opbrengst ook bij het bepalen hoe je gaat monitoren. Denk daarbij ook steeds na over wat het project oplevert voor de cliënt. ‘Samenwerking is geen doel op zich, maar staat steeds ten dienste van het effect op de uiteindelijke profijtgroep (wat heeft mijn cliënt/deelnemer/inwoner hieraan).’ Aan het begin is het fijn als je al een concrete ambitie hebt, die je wilt realiseren met het project en waaraan je de voortgang kunt toetsen.

Bellis van den Berg – Vilans
“Samenwerking is geen doel op zich, maar staat steeds ten dienste van het effect op de uiteindelijke profijtgroep (wat heeft mijn cliënt/deelnemer/inwoner hieraan).”

Na de presentatie ging ieder aan de slag met het nadenken over de eigen plannen met monitoring aan de hand van één van de werkvormen: mindmap, stappenplan meten/monitoren, doelenboom van beoogde effecten, format monitoringplan (detailuitwerking).

Wat nemen mensen mee naar huis?

Deelnemers zijn aan de slag gegaan met hun eigen plannen met monitoring. Deze plannen werden besproken en hieruit kwamen enkele tips/opmerkingen over monitoring om mee naar huis te nemen/verder over na te denken:

  • Beoogde effecten nog scherper formuleren
  • Meer kijken wat nu welk effect heeft (differentiëren in verschillende interventies/aanvliegroutes)
  • Terug naar de bron: eerst goed met een groep cliënten in gesprek gaan wat hen kan helpen om opname te voorkomen
  • We moeten vooral de gemeente gaan overtuigen. Onderzoek via opleidingsorganisatie? En project zien in het licht van 8 condities van Dannenberg
  • Inzicht dat ik eigenlijk al veel meer doe dan ik dacht, ik moet er structuur in brengen en dan focus aanbrengen: een ding goed doen in plaats van alles een beetje.
  • Er is blijkbaar meer bekend over monitoring dan gemeenten weten, je kunt hen ook attenderen over andere manieren van monitoring.
  • Ervaringsdeskundigen inzetten om met cliënten cliëntervaringsgesprekken te voeren t.b.v. verantwoording richting gemeenten.

Afsluiting

Marie-Antoinette Bäckes zou het mooi vinden als de deelnemers tot een gezamenlijke boodschap kunnen komen naar ‘het land’. Dat wordt beaamd. Een rode draad, hierbij kunnen commissie Dannenbergs condities voor inclusie wellicht bruikbaar voor zijn. Een soort kapstok waarin je zichtbaar kunt maken welke initiatieven waar iets aan bijdragen. Voorbeelden voor de vorm: leuke filmpjes en e-magazine en cliëntbeschrijvingen.


Geplaatst op: 13 april 2017
Laatst gewijzigd op: 26 april 2017